| 18094 |
niersteen |
niersteen:
neersjtein (L331p Swalmen),
nêêrsjtêin (L331p Swalmen)
|
Nier-, gal- en blaassteen: steenachtige zelfstandigheid in galblaas, nieren of blaas (steen, graveel, graveelsteen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 34153 |
niet behouden |
omgelopen:
ǫmgǝlǫu̯pǝ (L331p Swalmen)
|
Niet bevrucht. De koe wordt drie weken na de dekking weer tochtig. [N 3A, 32b]
I-11
|
| 34149 |
niet bevrucht |
gust:
gø̜s (L331p Swalmen)
|
Niet bevrucht bij dekking, gezegd van de koe. [N C, 19; N C, 18]
I-11
|
| 24716 |
niet gedijen |
niet aarden:
neet aarde (L331p Swalmen),
niet wassen:
WLD
neet wasse (L331p Swalmen)
|
Niet goed groeien, gezegd van planten (niet tieren, niet aarden). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 25391 |
niet goed gebroeid |
verbrand:
vǝrbrant (L331p Swalmen)
|
Als men bij het broeien te veel of te heet water gebruikt, is het effect averechts: de haren blijven dan erg vast op de huid zitten en laten zich niet gemakkelijk verwijderen. Opgaven als ''het varken is verbranden de huid is verbrand'' zijn versmolten tot één type "verbrand".' [N 28, 23; monogr.]
II-1
|
| 21654 |
niet gunnen |
ingehoogd (volt.deelw.):
ingehog (L331p Swalmen)
|
ze wordt niet gegund, i.v.m. de openbare verkoping van b.v. een boerderij [de boerderij is opgehouden?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 18801 |
niet helder van geest |
dutselig:
dôetselig (L331p Swalmen),
dötzelig (L331p Swalmen)
|
niet helder van geest, zwak van geest [dutselachtig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 22131 |
niet meer aankomen na de wedstrijd |
achterblijven:
achtergebleve (L331p Swalmen)
|
niet meer aankomen na de wedstrijd? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 25386 |
niet meteen leegbloeden |
binnenbloeder:
benǝblōjǝr (L331p Swalmen)
|
Soms bloedt een varken niet meteen leeg. omdat het niet goed gestoken is. Gevraagd was naar een uitdrukking voor dit niet meteen leegbloeden. Dit heeft voor het lemma tot gevolg gehad, dat er verschillende grammaticale categorieën te weten werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, voltooide deelwoorden en zinnetjes in voorkomen. Bij een aantal woordtypen is het varken het subject, bij andere is subject de slachter en bij de overige woordtypen is subject het bloed, de ader of het hart. Deze verdeling is in het lemma aangebracht. [N 28, 15; monogr.]
II-1
|
| 20167 |
niet zindelijk |
nog niet proper:
nog neet praoper (L331p Swalmen)
|
onzindelijk; de aandrang der natuurlijke behoeften niet beheersend; onzindelijk, gezegd van kinderen [N 86 (1981)]
III-2-2
|