| 19607 |
nachtlampje |
nachtlampje:
nachlempke (L331p Swalmen)
|
lamp/ luchter; inventarisatie soorten en gebruiksmogelijkheden; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 18660 |
nachtpak |
hansop:
Van Dale: hansop, 2) wijd kledingstuk, gelijkende op de kleding der hansworsten, soort van overall, m.n. als nachtgewaad voor kinderen. vgl. WNT hanssop -hansop. 4) Bij overdracht. Naam voor een kleedingstuk (als nachtgewaad voor kinderen nog in gebruik), gelijkende op het gewaad van den hanssop, en bestaande uit lijf en broek met lange pijpen aan één stuk.
hansop (L331p Swalmen)
|
nachtpak, overall-achtig ~ met een klep aan de achterkant [hansop] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 24214 |
nachtzwaluw |
geitenmelker:
gei.temè.lker (L331p Swalmen),
geitemélker (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
vliegende pad:
vlee.gende ped (L331p Swalmen),
vleegende pèt (L331p Swalmen)
|
nachtzwaluw || nachtzwaluw (27 vrij zeldzame zomervogel; meest op de hei; bruin met allerlei streepjes en vlekjes; overdag onvindbaar; maakt geen nest; roep ratelend [errrrrr-orrrrr] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 18937 |
nadeel |
nadeel:
noadeel (L331p Swalmen),
scha:
schaa (L331p Swalmen),
sja (L331p Swalmen),
schade:
sjaaj (L331p Swalmen)
|
het nadeel dat voor iemand uit een gebeurtenis of handeling voortvloeit [schade, schaai, scha, nadeel] [N 85 (1981)] || nadeel [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 20138 |
nageboorte |
nageboorte:
naogebaorte (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
menselijke nageboorte [N 10C (zj)] || nageboorte van de mens; hoe noemde men vroeger - -? [DC 33 (1961)]
III-2-2
|
| 34179 |
nageboorte van de koe |
kwade dingen:
kwǭ deŋǝ (L331p Swalmen),
nageboorte:
nǭgǝbǭrtǝ (L331p Swalmen)
|
[N 3A, 57a; JG 1a, 1b; A 33, 19b; monogr.]
I-11
|
| 33881 |
nageboorte van het paard |
nageboorte:
nǭgǝbǭrtǝ (L331p Swalmen)
|
Moederkoek die na de geboorte van het veulen afkomt. [A 33, 19a; N 8, 54 en 55]
I-9
|
| 17770 |
nagel |
nagel:
nagel (L331p Swalmen)
|
nagel [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 20081 |
nagelbloem (clethra alnifolia) |
kruitnagel:
kroetnêgəl (L331p Swalmen),
violet:
flit (L331p Swalmen)
|
giroffel (nagelbloem) [SGV (1914)] || nagelbloem (anjelier) [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 25410 |
nagels verwijderen |
teen trekken:
tēn trɛkǝ (L331p Swalmen)
|
De nagels worden meestal afgetrokken met de haak die aan de bovenkant van de krabber zit. Men kapt of snijdt ze ook wel af of wringt ze met de hand af. Alvorens de nagels te verwijderen houdt men ze in heet, zelfs kokend water. [N 28, 35; monogr.]
II-1
|