| 34223 |
muilkorf voor kalveren |
kalvermandje:
kāvǝrmɛntjǝ (L331p Swalmen)
|
De muilkorf voor kalveren die geen hooi mogen vreten. [N 3A, 14e]
I-11
|
| 18308 |
muiltje |
muiltje:
muiltjes (L331p Swalmen),
slof:
sjloef (L331p Swalmen)
|
Muiltje. Thuis dragen veel mensen in plaats van schoenen pantoffels of muilen. De eerste hebben wel, de andere geen opstaande achterkant. Hoe noemt men die zonder achterkant? [DC 44 (1969)] || muiltjes, pantoffels zonder hielstuk [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 24357 |
muis |
muis:
moeəs (L331p Swalmen),
mōēs (L331p Swalmen)
|
muis [DC 35 (1963)], [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 24437 |
muis (mv.) |
muis (mv.):
muus (L331p Swalmen)
|
muizen (mv.) [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 17663 |
muis van de hand |
muis:
mōēs (L331p Swalmen)
|
muis van de hand (het onderste, vlezige deel van de duim) [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 20122 |
muizen |
muizen:
moezə (L331p Swalmen),
mōēze (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u jacht maken op muizen, gezegd van de kat (muizen) [N 83 (1981)] || muizen (ww) [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 33687 |
mulle grond |
konijnsaarde:
knīnsē̜rt (L331p Swalmen),
zavel:
zā.vǝl (L331p Swalmen)
|
Droge losse grond, zonder kluiten. [N 27, 37a; monogr.]
I-8
|
| 21642 |
muntgeld |
klinkende munt:
klinkende muntj (L331p Swalmen)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: muntgeld, klinkend geld in het algemeen [geen bankbiljetten dus] [speeses?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 34392 |
muntig schaap |
breker (mv.):
brē̜kǝr (L331p Swalmen)
|
Schaap dat eenmaal gelamd heeft en dan onvruchtbaar blijft. [N 19, 66]
I-12
|