| 23506 |
laatste mis |
misje:
mèske (L331p Swalmen)
|
De laatste, vaak korte mis op zondag, de laatste gelegenheid om de mis te horen [snapmèske, gawkletske?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 25422 |
ladder |
slachtladder:
šlaxlɛdǝr (L331p Swalmen)
|
Een ladder met bovenaan een lat waaraan een koord bevestigd is. Het geschoren en gereinigd varken wordt met de rug op de ladder gelegd. Als de achterste poten aan de bovensporten van de ladder zijn vastgesjord, wordt ze overeind gezet. Het varken komt met de snuit omlaag te hangen. [N 5aII, 62b; N 28, 64; N 28, 67; monogr.]
II-1
|
| 18304 |
lage herenschoen, molière |
lage schoen:
leeg sjoon (L331p Swalmen)
|
herenschoenen, lage ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 32447 |
lage klomp |
klomp met riemen:
[klomp] met rēmǝ (L331p Swalmen)
|
Klomp met een lage en korte kap die slechts het voorste deel van de voet bedekt. Over de klompopening is een leren riem aangebracht die door middel van kleine spijkertjes met platte kop wordt vastgezet. Zie ook afb. 260. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ.' [N 24, 70c; monogr.]
II-12
|
| 18377 |
lage klomp? |
klomp met riem:
klòmp mit reeme (L331p Swalmen)
|
klomp, lage open ~ met een riem over de wreef [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 33702 |
lage, natte plekken in moeras |
del:
del (L331p Swalmen),
zomp:
zomp (L331p Swalmen)
|
De lager gelegen delen in een moeras waarin steeds water staat. [N 27, 21b]
I-8
|
| 33680 |
lage, natte zandgrond |
band:
bē̜.njtj (L331p Swalmen),
lage, natte zandgrond:
lēgǝ nātǝ zantgront (L331p Swalmen),
zure:
zūrǝ (L331p Swalmen),
zure grond:
zu.rǝ gronjtj (L331p Swalmen)
|
[N 27, 35; R 3, 5]
I-8
|
| 18351 |
lakschoen |
gelakkeerde schoen:
gelakkeerde sjōōn (L331p Swalmen)
|
lakschoenen [gelakkerde sjeun] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18147 |
lam |
lam:
lām (L331p Swalmen),
lammetje:
lɛmkǝ (L331p Swalmen)
|
Jong van het schaap in het algemeen. Zie afbeelding 5. [N 70, 3; R 3, 36; S 20; Wi 5; Wi 12; L 20, 22c; L 6, 25; L 1a-m; JG 1a, 1b; AGV, m 3; A 2, 45; A 2, 1; A 4, 22c; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 34412 |
lammeren |
lammen:
lāmǝ (L331p Swalmen)
|
Jongen ter wereld brengen, gezegd van het vrouwelijk schaap. [N 19, 67; JG 1a, 1b; L 29, 32; L 1a-m; N C, add.; Vld.; monogr.]
I-12
|