| 22701 |
kruidwis wijden |
kruid wijden:
kroedwien (L331p Swalmen)
|
Kruidenwijding, het feest van Maria-ten-Hemelopneming (15 augustus).
III-3-2
|
| 26082 |
kruien |
schurgen:
šørǝgǝ (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
De gedolven klei met behulp van een kruiwagen vervoeren. [monogr.] || Een last met de kruiwagen vervoeren. [N 18, 100 add; Wi 33; S 19; L 29, 4; L 1a-m; RND 97; A 42, 13 add + 16 add; monogr.]
I-13, II-8
|
| 19581 |
kruik |
kruik:
kroek (L331p Swalmen)
|
kruik [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 20712 |
kruim |
kruim:
kroem (L331p Swalmen),
krōēm (L331p Swalmen)
|
Het zachte binnenste van het brood (kruim?) [N 16 (1962)] || kruim [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 17573 |
kruin |
kruin:
kruu (L331p Swalmen),
krūūn (L331p Swalmen)
|
kruin [SGV (1914)] || kruin van het hoofd [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 24415 |
kruipend ongedierte |
geworm:
gewurm (L331p Swalmen)
|
wormachtig en kruipend gedierte [N 26 (1964)]
III-4-2
|
| 24540 |
kruipende boterbloem |
boterbloem:
bôtterbloom (L331p Swalmen)
|
Kruipende boterbloem (ranunculus repens 15 tot 50 cm hoog plantje met wortelende uitlopers; de stengels zijn opstijgend behaard; de bladeren zijn 3-tallig met ingesneden blaadjes; de bloemen hebben gegroefde steeltjes en zijn goudgeel van kleur; de kelk [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 17649 |
kruis |
kruis:
kruuts (L331p Swalmen),
kryts (L331p Swalmen)
|
Beenderenstelsel aan het einde van de rug. [N 3A, 109] || kruis [SGV (1914)]
I-11, III-3-3
|
| 22476 |
kruis of munt |
kruis of munt:
Geldstuk.
kruuts ofmuntj (L331p Swalmen)
|
Soms schijnt het [omp] alleen nog in het kinderspel bewaard. De kinderen laten elkaar raden: on of even, paar of omp, paar of ompert, effen of ontjes, enz. Kent u een dergelijk woord op deze manier? Zo ja, hoe luidt het en hoe gebruiken de kinderen het? [DC 31 (1959)]
III-3-2
|
| 26674 |
kruisarmen van het spoorwiel |
speken:
špęjkǝ (L331p Swalmen)
|
De vier gekruiste balken midden in het spoorwiel van de rosmolen. [N D, 27]
II-3
|