| 33546 |
kool, algemeen: een krop kool |
hoofdje:
hötje (L331p Swalmen)
|
[N Q (1966)]
I-7
|
| 24192 |
koolmees, mees |
bijentiets:
bi-jetiets (L331p Swalmen),
bieëtiets (L331p Swalmen),
bijenvreter:
biejevrèè.ter (L331p Swalmen),
bieëvrèter (L331p Swalmen),
bijenvretertje:
biejevraeterke (L331p Swalmen),
mees:
mees (L331p Swalmen)
|
koolmees || koolmees (14 flinkste en bekendste der boombuitelaars; gele zijkanten; broedt in allerlei gaten, ook bij huizen; roep vaak [tie-ta] of [tie-tie-ta] [N 09 (1961)] || mees [SGV (1914)]
III-4-1
|
| 21016 |
koolraap |
kolenraap:
WLD
kòlleraap (L331p Swalmen),
kolenraap boven de grond:
WLD
kòlleraap (boave de gròntj) (L331p Swalmen),
kolleraap:
WLD
kòlleraap (L331p Swalmen),
kolraap:
kôlraap (L331p Swalmen),
koolraap boven de grond:
kolraap baove de grondj (L331p Swalmen)
|
De koolsoort die aan de stronk vlak boven de grond ronde raapvormigeknollen heeft die eetbaar zijn (raapkool, koolrabie, koolraap, bagger, knolraap). [N 82 (1981)] || Koolraap; de dikke vlezige wortel (onder de grond) van de plant met dezelfde naam die als groente of als veevoer wordt gebruikt (koolraap, raapkool, knolraap). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 33233 |
koolraap (ondergronds) |
koleraab:
kǫlǝrāp (L331p Swalmen),
koolraab:
kolrāp (L331p Swalmen)
|
Brassica napus L. subsp. rapifera. Bedoeld is hier de gekweekte knol van de plant met de naam koolzaad. De plant heeft gele bloemen; het vlees van de knol is oranjekleurig; bij sommige variëteiten ook wit. Koolraap stelt minder eisen aan de grond dan bieten. De verbouw is vrij algemeen in Limburg verspreid. De knollen worden vooral als veevoeder gebruikt en dan ingekuild; soms ook werden ze als groente gegeten. Er zijn twee soorten teelt: -onder de grond (hier behandeld); ook wel gewestelijk raapkool of knolraap genoemd of kortweg knol; -boven de grond; ook wel koolraap-boven-de-grond, glaskoolraap of koolrabi genoemd. Vaak is een meervoudsvorm opgegeven naast of in plaats van het enkelvoud; dit is steeds in het lemma aangegeven. Op grond van de laatste medeklinker in deze meervoudsvormen kan als slotmedeklinker van de enkelvoudsvormen eerder een verstemloosde -b dan een -p worden aangehouden. Op een enkel duidelijk tegenvoorbeeld na (meervoud koolrapen) is hier dan ook de spelling -raab aangehouden, in overeenstemming met de spelling -reub. Wanneer is opgegeven dat het woordaccent op de tweede lettergreep ligt is ook dat in het lemma vermeld. Vergelijk ook het lemma Koolzaad. [N 12, 39; N 12A, 3a; JG 1a, 1b, 2c; L 6, 36; monogr.; add. uit N 7, 1b]
I-5
|
| 33234 |
koolrabi, koolraap-boven-de-grond |
koleraab:
[koleraab] (L331p Swalmen),
koolraab:
[koolraab] (L331p Swalmen),
koolraab boven de aarde:
[koolraab] bovǝ d ē̜rt (L331p Swalmen),
koolraab boven de grond:
[koolraab] bovǝ dǝ grondj (L331p Swalmen),
koolrabi:
kǫlrābi (L331p Swalmen)
|
Brassica oleracea L. var. gongylodes L. Zie de toelichting bij het lemma Koolraap (Ondergronds). Koolrabi wordt als groente gekweekt. Het komt vaak voor dat de koolraap-boven-de-grond dezelfde naam draagt als de koolraap-onder-de-grond van het vorige lemma. Deze gevallen staan steeds voorop; voor de fonetische documentatie ervan zij verwezen naar de betreffende heteroniem uit het genoemde lemma Koolraap. Voor de spelling (-)raab, zie de toelichting bij het lemma Koolraap. [N 12A, 3b; monogr.; add. uit N 7, 16]
I-5
|
| 20668 |
koolrabisoep |
reubensoep:
reubesoep (L331p Swalmen)
|
Rapensoep (reubesop) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 21898 |
kooplustig |
koopachtig:
kaopechtich (L331p Swalmen)
|
graag kopend, kooplustig [greeg, koopachtig] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 21400 |
koopwaar |
waar:
gooj waar (L331p Swalmen),
waar (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
die goederen die gekocht en verkocht kunnen worden [waar, koopwaar, spul, marchandise, kramerij, artikel] [N 89 (1982)] || waar (goede ~) [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 23216 |
koor |
koor:
koor (L331p Swalmen)
|
koor [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23435 |
koorbank |
koorbank:
koorbank (L331p Swalmen)
|
Een koorbank: bank in het koorgestoelte. [N 96A (1989)]
III-3-3
|