| 34213 |
koeherder |
koejongen:
kujǫŋ (L331p Swalmen)
|
Zie ook het lemma ''koewachter, veeknecht'' (1.3.14) in wld I.6, blz. 23-25. [N 3A, 12b; JG 1a, 1b; monogr.]
I-11
|
| 34102 |
koeienmaag |
pens:
pɛns (L331p Swalmen)
|
Bedoeld is hier de koeienmaag in haar geheel. [N 3A, 120; A 9, 11]
I-11
|
| 33371 |
koeienstand |
stand:
štaŋk (L331p Swalmen)
|
Dat deel van de stal waar de koeien staan en dat gelegen is tussen de stalpalen en de mestgoot of het mestbed. De koeienstand in moderne stallen is iets hoger dan de mestgoot en mestgang er achter, waardoor voorkomen wordt dat de koeien in de mest en gier staan staan of liggen. Sommige woordtypen betreffen de vloer of het soort vloer waar de koeien op staan. De meervoudsvormen hebben doorgaans betrekking op de dubbele stal waar het telkens om twee koeienstanden gaat, die tegenover elkaar geplaatst zijn. Zie afbeelding 10. [N 5A, 40b; N 4, 79; A 10, 9a en 14; Gwn 4, 7; monogr.]
I-6
|
| 34284 |
koekenbreker |
breekmolen:
brē̜kmø̄lǝ (L331p Swalmen),
koekenbreker:
kōkǝbrē̜.kǝr (L331p Swalmen),
koekenmolen:
kōkǝmø̄lǝ (L331p Swalmen)
|
Werktuig waarmee men lijnkoeken en dergelijke tot brokjes maalt. [N 18, 135; N J, 7]
I-11
|
| 19407 |
koekenpan |
pan:
pan (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Platte pan met een steel voor het bakken van pannekoeken, eieren, etc. (koekepan, pan) [N 79 (1979)] || pot, metalen ~ met steelvormig handvat; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20750 |
koekje |
knapkoek:
Knapkook: is groter dan keukske of pletske. Rond of ruitvormig.
knapkook (L331p Swalmen),
koekje:
Tegenwoordig keukskes, vroeger pletskes.
keukskes (L331p Swalmen),
platsje:
pletskes (L331p Swalmen)
|
Welke benamingen kent u voor koekjes (kaffekoekje, sterreke, waterpletske, peekverjenneke, knapkoek?) Wat zijn de verschillen tussen deze? [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 33880 |
koekje dat de veulens bij de geboorte in de mond hebben |
pruim:
prūm (L331p Swalmen),
zuiglap:
zø̜i̯xlap (L331p Swalmen)
|
Klein, gelig en sponzig klontje, dat met de ademhaling verband houdt. Het ligt op de tong van de pas geboren veulentjes. Meestal valt het bij de geboorte op de grond tussen het stro, droogt onmiddellijk op en is dan vrijwel onvindbaar. [N 8, 55 en 56]
I-9
|
| 20741 |
koekje van overgeschoten deeg |
kreupeltje:
kreupelkes (L331p Swalmen)
|
Koekjes van onbepaalde vorm, van overgeschoten deeg gebakken voor kinderen (kreupelkes?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 24188 |
koekoek |
koekoek:
koekoek (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
koekoek (39 zomervogel; roep [koe-koek] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 24871 |
koekoeksbloem |
sterretjes:
WLD
sjtérkes (L331p Swalmen),
sterretjesbloem:
sjterkesbloom (L331p Swalmen)
|
Koekoeksbloem (lychnis flos cuculi 30 tot 80 cm hoog. De stengels zijn ruw behaard; de bladeren zijn smal lancetvormig en tevens ruw behaard; de bloemen groeien in losse schermen, de kroonbladeren zijn in 4 smalle slippen verdeeld en licht- tot donkerro [N 92 (1982)]
III-4-3
|