| 25602 |
kleine uitsteeksels op de broodkorst |
puntje:
puntje (L331p Swalmen)
|
De bij het zigzag knippen ontstane kleine uitsteeksels op de broodkorst. [N 29, 44c]
II-1
|
| 21338 |
kleingeld |
kleingeld:
kleegeldj (L331p Swalmen),
klei geldj (L331p Swalmen)
|
Klein geld [pasgeld, snuistergeld?] [N 21 (1963)] || kleingeld [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 24450 |
kleinste dier van het nest |
achterblijver:
WLD
agterbliever (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u het kleinste, jongste, zwakste dier van een nest [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 29433 |
kleiput |
kleiberg:
klęjbɛrǝx (L331p Swalmen),
kleikuil:
klęjkūl (L331p Swalmen),
leemkuil:
lēmkūl (L331p Swalmen),
uilesgat:
(mv)
ylǝs˲gātǝ (L331p Swalmen)
|
Winningsplaats van klei die wordt gebruikt bij de vervaardiging van dakpannen. Zie ook de lemmata ɛpotaardeɛ en ɛdakpannenkleiɛ. Een aantal opgaven is mogelijk ook van toepassing op de plaats waar potaarde werd gestoken. Zie ook afb. 31.' [monogr.]
II-8
|
| 29848 |
kleischop |
schup:
šø̜p (L331p Swalmen)
|
Doorgaans van hout vervaardigde schop waarmee men de klei stak en op het transportmiddel schepte. Zie ook de toelichting bij het lemma ɛsteekschop voor kleiɛ.' [monogr.]
II-8
|
| 29620 |
kleisteker |
kleisteker:
klęjštē̜kǝr (L331p Swalmen),
pannenkletser:
panǝklę ̞tsǝr (L331p Swalmen)
|
Arbeider die de klei voor bakstenen, dakpannen en greswaren steekt en in voorkomende gevallen ook op het vervoermiddel laadt. [N 98, 28; monogr.]
II-8
|
| 31216 |
klembus |
klembus:
klɛmbø̜s (L331p Swalmen)
|
Bus waarmee de binnenring van een kogellager op de as wordt geklemd. [N 33, 231]
II-11
|
| 33912 |
klemhoef |
kleine hoef:
klęi̯n hōf (L331p Swalmen),
klemhoef:
klɛmhōf (L331p Swalmen),
platte vers:
platǝ vē̜.rs (L331p Swalmen)
|
Een hoef waarvan de achterste helft te nauw is en waarvan de verzenwand in plaats van naar buiten naar binnen gebogen is. Klemhoef kan langzaam ontstaan door het te veel versnijden van de straal en de drachten, evenals door te grote droogte van de hoeven, te hoge kalkoenen en te weinig beweging. [A 48A, 17; N 52, 32b]
I-9
|
| 18626 |
klep (van pet) |
klep:
klep (L331p Swalmen)
|
klep van een pet [luif, luifel] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 18200 |
klepbroek |
klepboks:
klepbóks (L331p Swalmen)
|
broek met een sluitklep aan de voorkant [klepboks] [N 23 (1964)]
III-1-3
|