| 33537 |
kers, zoete soorten |
kers:
keerse (L331p Swalmen)
|
I-7
|
| 20703 |
kersenpannenkoek |
kersenkoek:
keersekook (L331p Swalmen)
|
Pannekoek met kersen (kersekook?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 22668 |
kerstlied |
kerstliedje:
kerslietje (L331p Swalmen),
korsleedje (L331p Swalmen)
|
Een lied dat in de kersttijd veel gezonden wordt [leis, kerstliedje]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|
| 22457 |
ketelmuziek |
ketelmuziek:
kaetelmeziek (L331p Swalmen),
Biej t aezel aandrieve waerde - gemaak.
kaeteelmeziek (L331p Swalmen)
|
Het lawaai dat gemaakt wordt met potten, pannen, ketels etc. en dat bij wijze van volksjustitie gemaakt wordt voor de deur van personen die zich misdragen hebben in de ogen van hun dorpsgenoten [blekalbade, belmarkt]. [N 90 (1982)] || Ketelmuziek.
III-3-2
|
| 22560 |
ketelmuziek maken |
de ezel aandrijven:
[Sub aezel]: Als iemand zich had misdragen op sociaal gebied, voral wat betreft de huwelijkstrouw, werd door de dorpelingen drie dagen achter elkaar ketelmuziek gemaakt bij de woning van de schuldige, waarna met een mengsel van lijnolie, kalk en roet een ezel op de gevel van het bewuste huis geschilderd werd.
d`n aezel aandrieve (L331p Swalmen)
|
Een oud gebruik.
III-3-2
|
| 19545 |
ketsgereedschap |
ketsgeschier:
ketsjgesjeer (L331p Swalmen)
|
slagpen, stalen ~ en vuursteen in de tondeldoos te zamen (ketsgetuig) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 32783 |
kettingeg, weide-eg |
ketting[eg]:
kęteŋ[eg] (L331p Swalmen)
|
De kettingeg bestaat uit een vier-, soms driehoekig raam of slechts uit een losse voor- en achterbalk, waartussen kettingen gespannen zijn. Aan deze kettingen zijn korte en lichte tanden bevestigd. Zie afb. 13 en 14. Met de kettingeg wordt voornamelijk licht werk verricht. Het bekendst is het gebruik als weide-eg. Men bewerkt de weide met de kettingeg om de grasmat luchtiger te maken, om mest te verspreiden en molshopen te slechten. Men kan de kettingeg ook gebruiken om gerooide en in panden gelegde suikerbieten van de aanklevende aarde te ontdoen. Soms wordt met de kettingeg ook akkerland bewerkt. Van enige termen aan het einde van het lemma vindt men de plaatselijke varianten in het lemma ´akkersleep, weidesleep´ vermeld. Voor ''eg'' en ''eg'' zie men de toelichting bij het lemma ''eg''. [JG 1a + 1b + 2c; A 13, 16b; A 40, 10; N 11, 72e + 71 add.; N 11A, 163a + 181f; N 14, 81 add.; N J, 10; N P, 18b; monogr.]
I-2
|
| 22019 |
keuring |
tentoonstelling:
tentoonsjtelling (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een competitieve keuring van duiven, waaraan prijzen verbonden zijn? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 22020 |
keurmeester |
keurmeester:
keurmeister (L331p Swalmen)
|
Hoe heet de man die daar de duiven keurt? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 18894 |
keus |
keus:
keus (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
het kiezen, de mogelijkheid om te kiezen [keus, keur] [N 85 (1981)]
III-1-4
|