| 18319 |
hoepelrok |
repenrok:
reiperok (L331p Swalmen)
|
hoepelrok [reekerok] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 34619 |
hoepels van de huifkar |
huifrepen:
hūfręi̯pǝ (L331p Swalmen),
repen:
ręi̯pǝ (L331p Swalmen)
|
Houten hoepels waarover de huif gespannen werd. De hoepels werden in krammen tegen de zijplanken bevestigd. Meestal waren er vijf, waarvan de voorste naar voren helde. [N 17, 74 + 99]
I-13
|
| 18017 |
hoest |
hoest:
hoost (L331p Swalmen)
|
hoest [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18018 |
hoesten |
hoesten:
hooste (L331p Swalmen),
kuchen:
kuchche (L331p Swalmen),
rochelen:
rochele (L331p Swalmen)
|
hoesten [keche, kechelen] [N 10a (1961)]
III-1-2
|
| 32937 |
hoeveelheid hooi die men opsteekt |
gaffel:
gafǝl (L331p Swalmen),
wap:
wap (L331p Swalmen)
|
De hoeveelheid hooi die de opsteker in één keer met z''n gaffel aangeeft aan de optasser. Zie voor het vocalisme van het woordtype riek de opmerking in de semantische toelichting bij het lemma ''houten schudgaffel'' en bij het lemma ''hooihark''.' [N 14, 118; A 34, 5a]
I-3
|
| 18307 |
hoge herenschoen |
hoge schoen:
hoog sjoon (L331p Swalmen)
|
herenschoenen, hoge ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18258 |
hoge hoed |
zijden, een -:
zieje (L331p Swalmen)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20448 |
hoge hoed bij begrafenis |
hondskooi:
honsjkooj (L331p Swalmen),
zijden, de -:
zieje (L331p Swalmen)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 32445 |
hoge klomp |
botje:
bǫtjǝ (L331p Swalmen),
hoge klomp:
hōǝgǝ [klomp] (L331p Swalmen)
|
Klomp met een hoge en lange, tot boven de wreef doorlopende kap. De klompopening sluit bij dit type klompen goed om de voet zodat er geen klompenriem nodig is. Zie ook afb. 259. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ. De kapklomp die in en rond Venray (L 210) bekend was, was een luxe hoge klomp die versierd was met koperen spijkers. Hij was volgens het Venrays woordenboek (pag. 227), ondanks de hoge kap toch van een leren band voorzien en werd op zondag gedragen.' [N 24, 70b; monogr.]
II-12
|
| 18376 |
hoge klomp? |
botje:
botjes (L331p Swalmen),
hoge klomp:
hoge klòmp (L331p Swalmen)
|
klomp met hoge huif, hoge klomp, zonder riem gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|