| 24320 |
hazenleger |
kot:
kōēt (L331p Swalmen),
leger:
leger (L331p Swalmen),
moets:
WLD
moetsj (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u de vaste ligplaats van een haas (leger, lechter, pot) [N 83 (1981)] || Leger, vaste ligplaats van een haas [N 94 (1983)]
III-4-2
|
| 19534 |
hecht van een mes |
hecht:
hich (L331p Swalmen)
|
handvat van een mes (hecht, heft) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 24988 |
heen en weer (bewegen) |
op en af:
hai löp op en aa‧f (L331p Swalmen),
hèè löp op en aaf (L331p Swalmen),
op en aaf loupe (L331p Swalmen),
schudden:
sjéúdde (L331p Swalmen)
|
heen en weer lopen [op en aaf lope] [N 07 (1961)] || sterk heen en weer bewegen, gezegd van bijv. water in een glas [zwalpen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 17857 |
heen en weer draaien |
draaien:
dréje (L331p Swalmen),
tirvelen:
tirvele (L331p Swalmen)
|
Heen en weer draaien (drispelen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17865 |
heen en weer schuiven |
tirvelen:
tirvele (L331p Swalmen),
wiebelen:
wiebele (L331p Swalmen)
|
Heen en weer schuiven (winaauwen, wiemelen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 21285 |
heer |
heer:
i.ər (L331p Swalmen)
|
heer [RND]
III-3-1
|
| 21151 |
heerbaan |
brede weg:
brééjewééch (L331p Swalmen)
|
een grote, brede weg (dijk, heerbaan, heerstraat) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18015 |
hees, schor |
hees:
heeisch (L331p Swalmen),
hēīs (L331p Swalmen)
|
hees [SGV (1914)] || schor, schor zijn [ruigsen, hees, gees zijn] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 32664 |
hefhout, hulpstaart |
hulpkluppel:
hølǝpklø̜pǝl (L331p Swalmen),
ploegknuppel:
plōxknø̜pǝl (L331p Swalmen)
|
De houten steel die men gebruikte om de ploeg op te tillen, werd gestoken tussen de knecht en de ploegboom of door een metalen beugel bij het snijpunt van ploegboom en ploegstaart. In sommige gevallen was deze steel blijvend met de ploeg verbonden d.m.v. een strak gespannen touw tussen die steel en de ploegstaart. Op deze wijze ontstond er een tweede staart. De ploeg kon nu met beide handen bediend worden en was beter bestuurbaar. In andere gevallen was er geen vaste, met de ploeg verbonden hulpstaart, maar werd de ploegstok daarvoor aangewend. Blijkens de verstrekte gegevens was dit het geval in: K 278, 314, 353, L 163, 163a, 215, 244c, 268, 270, 286, 295, 312, 314, 321, 322, 324, 328, 364, 374, 416, P 175, 176, Q 20, 97, 111, 111x, 162 en 204a. Voor de benamingen van deze steel in de vermelde plaatsen zie men het lemma ploegstok. [N 11, 36]
I-1
|
| 19447 |
heg, haag |
heg:
hēgk (L331p Swalmen)
|
Omheining bestaande uit geschoren kreupelhout of struikgewas (heg, haag, hoftuin) [N 79 (1979)]
III-2-1
|