| 25004 |
grootx |
groot:
groot (L331p Swalmen)
|
groot [DC 03 (1934)]
III-4-4
|
| 22056 |
grote duiventeek |
mijt:
mīēt (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt U in Uw dialect de volgende ziekten: grote duiveteek of mijtteek: zuigen bloed s nachts bij broedende vogels. Larven als rode speldeknoppen onder de vleugels en in de hals. [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 25060 |
grote hoeveelheid, hoop |
berm:
berm (L331p Swalmen),
grote hoop:
grootehaop (L331p Swalmen),
hoop:
houup (L331p Swalmen),
hopen (mv.):
heuup (L331p Swalmen)
|
een grote hoeveelheid [bezie, hoop, pook, tas, klamp, kluts, krooi, berm, kluft, bres, meuk, del] [N 91 (1982)] || hoop [SGV (1914)] || hoopen (mv.) [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 22504 |
grote knikker |
bikkel:
met den bikkəl (L331p Swalmen),
schietkuls:
sjeetköls (L331p Swalmen),
sjētkøͅls (L331p Swalmen)
|
benamingen in het knikkerspel [SGV (1914)] || Een grote knikker. [N R (1968)] || Stuiter: grote glazen of marmeren knikker.
III-3-2
|
| 24165 |
grote lijster |
lijster:
liester (L331p Swalmen),
līēster (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
grote lijster || grote lijster (27 forse vogel; vlekken vallen meer op dan bij zanglijster [019]; krachtige vlucht; ook op trek; broedt tegenwoordig ook bij woningen; luide zang en nest lijken op merel [018]; roep is hard geratel [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 22141 |
grote mand met diverse onderverdelingen |
vakkenmand:
vakkemanj (L331p Swalmen)
|
Hoe heet verder in Uw dialect: hokjes waarin de duivenmand verdeeld is? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 22015 |
grote mand met twee verdiepingen |
dubbel mand:
dóbbelmanj (L331p Swalmen)
|
Hoe heet verder in Uw dialect: een grote mand met twee verdiepingen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21803 |
grote ruzie? |
grote ruzing:
grote ruzing (L331p Swalmen),
ruzing:
rûuzing (L331p Swalmen)
|
een grote ruzie [hora, bal] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 19502 |
grote schoonmaak |
grote poets:
grote poets (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u de voorjaarsschoonmaak? [N105 (2000)]
III-2-1
|
| 22675 |
grote trom |
dikke trom:
dieke troom (L331p Swalmen),
dikə troͅm (L331p Swalmen)
|
Een grote trom [trombol]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|