| 33826 |
goed uit de weg kunnend |
vlot:
flǫt (L331p Swalmen)
|
Gezegd van een paard dat goed te been is. [N 8, 64d]
I-9
|
| 21959 |
goed voederen |
veel voederen:
vaol voore (L331p Swalmen)
|
Hoe heet verder in Uw dialect: goed voederen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 33919 |
goedaardige droes |
droes:
drus (L331p Swalmen)
|
Een infectieziekte in de keelstreek die vooral jonge paarden aantast. Tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte verloopt ongeveer èèn week. Dan treedt koorts op, gepaard met ontsteking van het neusslijmvlies, waarbij veel slijm wordt afgescheiden, dat na enkele dagen etterig wordt. Typisch voor deze ziekte is de klierzwelling tussen de beide takken van de onderkaak; snel wordt de gezwollen klier dan week, verettert en breekt door. Gewoonlijk verloopt de ziekte goedaardig. [A 48A, 28b; N 8, 89 en 90a; N 52, 15b, 24 en 25; monogr.]
I-9
|
| 34120 |
goede vleeskoe |
klassenkoe:
klasǝku (L331p Swalmen)
|
Breedgebouwde en goed in het vlees zittende koe. [N 3A, 141b]
I-11
|
| 33024 |
goede- opbrengst geven |
(is goed) geladen:
gǝlāi̯ǝ (L331p Swalmen),
(is goed) geschaard/geschoren:
gǝšǭrt (L331p Swalmen),
opbrengen:
ǫbreŋǝ (L331p Swalmen)
|
Werkwoordelijke uitdrukking van het vorige lemma "de oogst levert goed op", "staat er goed voor". Zeer algemene uitdrukkingen als "(de oogst) staat goed" of "(de oogst) staat schoon" zijn hier niet opgenomen. Vergelijk ook het lemma ''groeien'' (1.1.4). [N 15, 12; monogr.; add. uit N 15, 10 en 11; L 5, 39; L 39, 39]
I-4
|
| 21326 |
goedkoop |
goedkoop:
goojə koup (L331p Swalmen)
|
goedkoop [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 22657 |
goedkoopste rang in een schouwburg |
apennootjesrang:
apeneutjesrang (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
De goedkoopste rang in een schouwburg [uilekot]. [N 90 (1982)] || Goedkoopste zitplaatsen in bioscoop of theater.
III-3-2
|
| 18954 |
goedzak |
bluts:
bluts (L331p Swalmen),
godsblok:
godsblok (L331p Swalmen),
lobbes:
lèùbbes (L331p Swalmen)
|
een persoon die altijd goed handelt en goed is voor andere mensen [goedzak, godsblok] [N 85 (1981)] || goedzak [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 24958 |
golf |
golf:
golf (L331p Swalmen)
|
golf, bolle verheffing op de waterspiegel, meestal veroorzaakt door de wind [baar, zwolp] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 24959 |
golven ww. |
golven:
golve (L331p Swalmen)
|
golven (ww), rijzen en dalen van water [gurzelen] [N 81 (1980)]
III-4-4
|