| 24554 |
gele morgenster |
morgenster:
morgesjter (L331p Swalmen)
|
Gele morgenster (tragopon pratensis 30 tot 70 cm groot. De stengels zijn meestal onvertakt; de bladeren hebben een brede stengel omvattende voet; ze zijn lancetvormig, naar boven versmald. De bloemhoofdjes hebben omwindselblaadjes die even lang of lange [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 24488 |
gele narcis |
morgenster:
WLD
morgestèr (L331p Swalmen),
paasbloem:
paosbloom (L331p Swalmen)
|
Gele narcis (narcissus pseudonarcissus). De bijkroon is ongeveer even lang als de bloemdekslippen. Meestal één bloem aan elke bloemstengel, zelden twee. De rand van de bijkroon is regelmatig ingesneden (zie bij de …witte narcis"). [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 24615 |
gele plomp |
keukenbloem:
WLD
kòokeblòom (L331p Swalmen)
|
Gele plomp (nuphar luteum). Waterplant; de bladeren zijn eivormig met een hartvormige voet, ze zijn drijvend met lange driekantige stelen; de bloemen hebben talrijke kroonblaadjes en 5 gele kelkbladeren. Bloeitijd in mei tot augustus. Te vinden in plassen [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 33239 |
gele voederwortel |
lobbericher:
lobbericher (L331p Swalmen)
|
Daucus carota L. In de genoemde vragenlijst is gevraagd naar twee variëteiten naast de algemene benaming winterwortel die in het vorige lemma ter sprake kwam. Hier is alleen opgenomen hetgeen afwijkend is van lemma Winterwortel. Lobbericher naar het Rijnlands dorpje Lobberich. [N Q, 6b; monogr.]
I-5
|
| 23501 |
gelezen mis |
stille mis:
sjtil mès (L331p Swalmen)
|
Een gelezen, stille mis [lèèsmis, sjtil mès?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 25078 |
gelijken (op) |
gelijken:
gelieke (L331p Swalmen),
lijken:
lieëke (L331p Swalmen),
lîeke (L331p Swalmen),
trekken:
trêkke (L331p Swalmen)
|
aan het genoemde doen denken, lijken, schijnen [tonen, lijken] [N 91 (1982)] || in vele opzichten overeenkomen (bijv. uiterlijk) [lijken, gelijken, trekken] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 22334 |
gelijkspelen |
ellen:
ɛ̄lə (L331p Swalmen),
quitte (fr.):
Vr zin -; - sjtaon; - sjpele.
kiet (L331p Swalmen)
|
Quitte spelen, niet verliezen maar ook niet winnen [zijn zaad hebben, tot zijn zaad zijn, gelijk spelen, gelijk staan]. [N 88 (1982)] || Quitte, kiet.
III-3-2
|
| 22114 |
gelijktijdig lossen |
lossen:
losse (L331p Swalmen)
|
het gelijktijdig lossen van jonge en oude duiven? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 23206 |
geloof |
geloof:
gelooef (L331p Swalmen)
|
geloof [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23710 |
geloofd zij jezus christus |
christelijke groet:
de christelijke groet (L331p Swalmen)
|
De Christelijke groet, uitgesproken op niet-liturgiosche bijeenkomsten ["Geloofd zij Jezus Christus...in alle eeuwigheid. Amen"]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|