| 20796 |
geeuwhonger |
geeuwhonger:
geeihonger (L331p Swalmen),
gieehonger (L331p Swalmen)
|
geeuwhonger [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 33705 |
gegraven waterloop |
sloot:
šlōt (L331p Swalmen)
|
In het algemeen is in dit lemma sprake van een gegraven waterloop als afscheiding of om overtollig water af te voeren of om te bewateren. In dialectenquêtes zijn er veel vragen gesteld naar de benamingen voor een sloot, graaf of gracht. In de antwoorden bleek veel overlap te zitten. Het gaat hier om waterlopen die verschillend van breedte kunnen zijn. Omdat de antwoorden hierover niet eenduidig waren, was het niet mogelijk aan een begrip een vaste breedte toe te kennen. Algemeen kan men zeggen dat een gracht een bredere sloot is, een graaf een wat bredere, vaak droge sloot, en dat een goot, grub en zouw wat smallere waterlopen zijn. Het overeenkomstige bij alle waterlopen is dat ze gegraven zijn. [N 27, 24; AGV, m1; A 20, 1c; A 20, 1d; A 10, 21; A 2, 48; L 24, 27; L 1a-m; L 36, 4; L A1, 62; Lu 1, 5; R 14, 23j; S 11, 33; monogr.]
I-8
|
| 20692 |
gehakt |
gemalen vlees:
gemale vleis (L331p Swalmen)
|
Fijngehakt vlees (bilber?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 34425 |
geheel afgeschoren wolvacht |
vacht:
vax (L331p Swalmen)
|
De gehele vacht wol van het schaap, wanneer dit geschoren wordt. [N 38, 19; L 41, 37; monogr.]
I-12
|
| 17621 |
gehemelte |
raak:
rāāk (L331p Swalmen)
|
gehemelte [raak, geemel] [N 10a (1961)]
III-1-1
|
| 18803 |
geheugen |
geheugen:
gehêuge (L331p Swalmen),
memorie:
memorie (L331p Swalmen)
|
het vermogen om zich dingen te herinneren [geheugen, memorie] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18900 |
gehoorzaam |
gewillig:
gewillich (L331p Swalmen),
gezeglijk:
gezegkelijk (L331p Swalmen)
|
gewillig of bereidwillig bevelen of aanwijzingen opvolgend, vooral gezegd van kinderen in betrekking tot ouders [gehoorzaam, gewarig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19263 |
gehoorzamen |
luisteren:
loestere (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
lôestere (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
een bevel opvolgen [pareren, luisteren, gehoorzamen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21317 |
gehucht |
gehucht:
gehuch (L331p Swalmen),
gehucht (L331p Swalmen),
uithoek:
oethook (L331p Swalmen)
|
een klein dorpje zonder kerk [gehucht, bijval, uithoek] [N 90 (1982)] || gehucht [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 18882 |
gehuil, geschrei |
gebeuk:
gebäök (L331p Swalmen)
|
het huilen, het wenen [grijs] [N 85 (1981)]
III-1-4
|