| 25619 |
gebarsten en zwartgeblakerde korst |
zwarte korst:
žwartǝ kors (L331p Swalmen)
|
Door een te hoge oventemperatuur ontstaat er een verkoolde korst. Een aantal benamingen duidt op het hele brood. [N 29, 66b; N 29, 66a]
II-1
|
| 23700 |
gebed |
gebed:
gebed (L331p Swalmen)
|
Een gebed, [jebed?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23701 |
gebeden |
gebeden:
gebaeje (L331p Swalmen)
|
De gebeden meervoud. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23476 |
gebeier |
gelui:
geloej (L331p Swalmen)
|
Het gelui, het gebeier van de klok(ken). [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 30204 |
gebint |
gebont(e):
gǝbǫntj (L331p Swalmen)
|
Het geheel van spantbenen, gordingen, kepers etc. waarop de dakbedekking rust. Zie ook afb. 49 en 71. [S 9; N 54, 149a; N 54, 149b; N 54, 151; monogr.; Vld.]
II-9
|
| 17623 |
gebit |
gebit:
gebēēt (L331p Swalmen),
gǝbet (L331p Swalmen)
|
gebit [N 10a (1961)] || Het geheel van alle tanden en kiezen van een paard. [JG 1a, 1b; N 8, 17 en 18b]
I-9, III-1-1
|
| 22513 |
geboortefeest |
kinderkoffie:
kenjərkōfi (L331p Swalmen),
kindjeskoffie:
kiendjeskoffie (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
Oppe - gaon.
kiendjeskóffie (L331p Swalmen)
|
De feestelijke koffiemaaltijd die de kraamvrouw na de kerkgang thuis hield met de vrouwen uit de buurt [kindjeskoffie, kindjeskermis?]. [N 96B (1989)] || Het feestje ter ere van de geboorte van een kind [sol, kinderfooi, pastellenhuisje, kindjeskermis, kindjeskoffie, gebuurkoffie, snee(i)]. [N 88 (1982)] || Kraamvisite.
III-3-2
|
| 33879 |
geboorteomhulsel van een veulen |
haam:
hām (L331p Swalmen),
net:
net (L331p Swalmen),
waterblaas:
wātǝrblǭs (L331p Swalmen)
|
Het vruchtvlies dat na de geboorte van het veulen afkomt. Als de merrie het veulen alleen ter wereld brengt, stikt het veulen meestal in de zak, die zo sterk is, dat hij met behulp van een mes of scherp voorwerp geopend moet worden. [N 8, 54, 55 en 56]
I-9
|
| 20182 |
geboren worden |
komen:
kôomme (L331p Swalmen)
|
Geboren worden (jong zijn). [N 84 (1981)]
III-2-2
|
| 18335 |
gebreide kous |
strikhoos:
sjtrikhaos (L331p Swalmen)
|
breikous [sjtrikhaos, strikkous] [N 24 (1964)]
III-1-3
|