| 33528 |
framboos |
doemelte:
doemelte (L331p Swalmen)
|
I-7
|
| 18784 |
franje |
franjel:
fraanjel (L331p Swalmen),
franjǝl (L331p Swalmen)
|
franje [SGV (1914)] || Randversiering bestaande uit een boordsel met een reeks afhangende draden, meestal in bundels of kwasten bijeengehouden. [N 62, 59; MW; S 9; monogr.]
II-7, III-1-3
|
| 24315 |
fret |
fret:
fret (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Fret, een tam bunzingachtig diertje waamee de konijnen uit hun holen worden verdreven [N 94 (1983)] || fret: Hoe noemt u in uw dialect het marterachtige roofdier waarmee men jaagt op konijnen (het is de tamme albinovorm van de bunzing)? [N100 (1997)]
III-4-2
|
| 25240 |
fris weer |
het is geen hits:
⁄t is gen hêts (L331p Swalmen),
koel:
kêûl (L331p Swalmen)
|
tamelijk koud, gezegd van het weer [koutig] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 17598 |
fronsen |
fronselen:
frunsele (L331p Swalmen),
fronsen:
frônse (L331p Swalmen)
|
Fronsen: tot rimpels samentrekken, gezegd van wenkbrauwen en voorhoofd (fronsen, zich fronsen, fronselen, rimpelen). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 20494 |
fruit eten |
snageren:
sjnagere (L331p Swalmen),
snáágərə (L331p Swalmen)
|
fruit eten; Hoe noemt U: (Veel, onrijp) fruit eten (groezen, snaaien, snatsen, snoeien) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20536 |
fruiten |
fruiten:
fruite (L331p Swalmen)
|
fruiten; Hoe noemt U: Vlees of uien bruin braden (fruiten, fritten) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 24443 |
fruitworm |
appelworm:
appelwôrm (L331p Swalmen)
|
worm die in een appel huist [pieremenneke] [N 26 (1964)]
III-4-2
|
| 19727 |
fuchsia |
bellenbloem:
bellebloom (L331p Swalmen)
|
Fuchsia (fuchsia). Halfheesters of heesters, soms zelfs boompjes met meestal kruisgewijs staande bladeren. De bloemen zijn kelkvormig (bellekesbloem, bel, klok). [N 92 (1982)]
III-2-1
|
| 22851 |
fuik |
fuik:
foek (L331p Swalmen)
|
fuik [SGV (1914)]
III-3-2
|