| 19957 |
poort |
poort:
pǭrt (L299p Reuver)
|
Opgenomen zijn de benamingen die de poort in het algemeen. Zie ook de lemmata "stalpoort, staldeur" (2.1.3) en "schuurpoort" (3.1.2). Zie de afbeeldingen 22, (a) ronde poort; 23, (b) rechthoekige poort; en 24, (c) details van de poort. In de toegevoegde klankkaart zijn de lengte van klinker en de gevallen van pseudo-klankverschuiving van de slot-t aangegeven. Zie afbeelding 18. [N 7, 48a; JG 1a, 1b; A 10, 7a en 7b; L A2, 286; L 5, 56; L 12, 5; R (s]
I-6
|
| 33172 |
pootgoed, pootaardappelen |
poter:
pø̜̄tǝr (L299p Reuver)
|
Mooie aardappelen worden apart gehouden om in het volgend seizoen gepoot te worden, als pootaardappelen. Pootaardappelen mogen niet te groot en niet te klein zijnen er mogen veel ogen in zitten. Ze worden op een koele plaats, in de kelder, bewaard. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen voor aardappel, zie het lemma Aardappel. [N M, 15; JG 1a; L 40, 55; monogr.; add. uit N M, 22]
I-5
|
| 22806 |
pop |
pop:
em pop (L299p Reuver)
|
pop [GTRP (1980-1995)]
III-3-2
|
| 24226 |
pop, vrouwelijke zangvogel |
pop:
pop (L299p Reuver),
pôp (L299p Reuver),
wijfje:
wiefke (L299p Reuver)
|
vrouwelijke zangvogel (pop) [N 83 (1981)]
III-4-1
|
| 22660 |
poppenspel |
poppenspel:
poppesjpel (L299p Reuver)
|
De voorstelling waarin de rollen niet gespeeld worden door mensen maar door marionetten [poesjenellespel]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|
| 24490 |
populier (alg.) |
berkenboom:
bèrkeboum (L299p Reuver),
populier:
popelier (L299p Reuver),
WBD / WLD
popəlier (L299p Reuver)
|
De populier in het algemeen (populier, peppel, peppelboom). [N 82 (1981)] || populier [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 21482 |
portefeuille |
portefeuille (fr.):
portefeuij (L299p Reuver),
portəfullie (L299p Reuver)
|
de kleine, platte, meestal leren, dubbele tas met vakjes, waarin mannen hun bankbiljetten, identiteitsbewijs enz. bij zich dragen [kamtas, portefoelie] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 23695 |
portiuncula-aflaat |
portiuncula:
portiuncula (L299p Reuver),
portiuncula-aflaat:
portiuncula aaflaot (L299p Reuver)
|
De kerk in- en uitgaan bij het bidden van de toties-qoties-aflaat. Dat kon men doen: a)op het Portiuncula-feest, b)op het feest van O.L. Vrouw van de Rozenkrans (7 oktober) en c)in de namiddag en avond van Allerheiligen en op de dag van Allerzielen. [pars [N 96B (1989)] || De portiuncula-aflaat, die verdiend kon worden op het Portiunculafeest op 2 augustus [portsiónkela-ablas?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 24365 |
pos |
jood:
joed (L299p Reuver)
|
Hoe noemt u de pos: een zoetwatervis met een groenachtige bruine rug. De onderzijde is zilverwit. Hij is overdekt met bruine vlekjes, ook op de vinnen. Beide rugvinnen zijn door een vlies met elkaar verbonden. Hij kan ongeveer 20cm lang worden (post, pos, [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 21203 |
postbode |
brievendrager:
brevedraeger (L299p Reuver)
|
de persoon die de post bezorgt [bode, postbode, fak, fakteur, briefdrager, postknecht, postloper, post] [N 90 (1982)]
III-3-1
|