| 21340 |
kramer |
kramer:
(e; moeilijk weer te geven).
kremer (L299p Reuver)
|
kramer [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 24045 |
kransen |
kransen:
krense (L299p Reuver, ...
L299p Reuver)
|
Een krans van dennegroen maken voor een priesterfeest [krensen]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 21342 |
krant |
gazet (<fr.):
gezet (L299p Reuver),
gəzét (L299p Reuver),
krant:
krant (L299p Reuver, ...
L299p Reuver)
|
een dagelijks verschijnend drukwerk ter verspreiding van nieuws en wetenswaardigheden en tot voorlichting van het publiek [gazet, krant, courant, journaal, dagblad] [N 87 (1981)] || krant [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 31340 |
krasblok |
schrijfblok:
šrīf˱blǫk (L299p Reuver)
|
Kraspen op een voetstuk. Het krasblok wordt gebruikt wanneer een nauwkeurige aftekening op het materiaal noodzakelijk is. Het krasblok wordt met zijn voet rustend op het werkblad langs het werkstuk geschoven, waarbij de scherpe punt van het werktuig een lijn trekt. Zie ook afb. 72. Het woordtype traskê (Q 5) is merkwaardig. Mogelijk betreft het hier een afleiding van het Franse werkwoord ɛtracerɛ met het Waalse deminutiefsuffix ɛ-kê ɛ(Frans ɛ-quinɛ). Vgl. ook de inleiding van Wld II.5, pag. XV, waar twee vergelijkbare vormen ɛs√ªkêɛ, "storing, dislokatie", eig. "drempeltje" en ɛbeurkêɛ, "tussenschacht", eig. "kleine schacht" worden besproken.' [N 33, 347]
II-11
|
| 31339 |
kraspen |
kratspen:
kratspɛn (L299p Reuver)
|
In het algemeen een werktuig waarmee de metaalbewerker de afmetingen van een werkstuk op het plaatmateriaal aftekent. Het bestaat doorgaans uit een spitse stalen of koperen stift die soms in een houten heft gevat kan zijn. Zie ook afb. 71. [N 33, 245; N 64, 82a; N 64, 82c; monogr.]
II-11
|
| 25034 |
krassen |
kratsen:
kratse (L299p Reuver)
|
het geluid geven van een scherp voorwerp dat over een hard oppervlak schraapt [skratsen, krassen, kratsen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 21031 |
kreeft |
kreeft:
kreeft (L299p Reuver)
|
kreeft [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 24954 |
kreek, stilstaand water |
wijert:
wîêrt (L299p Reuver)
|
kreek, klein, smal, veelal stilstaand water, vaak een overblijfsel van een overstroming of van de vroegere loop van een rivier [kil] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 24339 |
krekel |
krekel:
krekel (L299p Reuver)
|
krekel [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 18107 |
krentenbaard |
baardziekte:
baardziekte (L299p Reuver)
|
Uitslag, zweertjes op de lippen en de kin (krentenbaard, baardziekte). [N 84 (1981)]
III-1-2
|