| 23414 |
priesterkoor |
hoogkoor:
hoogkoeer (L355p Peer)
|
Het achter de communiebanken gelegen, verhoogde voorste deel van de kerk, waar het hoofdaltaar en de koorbanken zich bevinden [koor, koeër, hoogkoor, priesterkoor?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 22862 |
prijzen (mv.) |
prijzen:
prijzen (L355p Peer),
prɛ.is (L355p Peer)
|
Prijzen (mv). [Willems (1885)] || prijzen (mv.) [RND]
III-3-2
|
| 33740 |
prikkeldraad |
pikdraad:
pekdrø̜t (L355p Peer),
pinnetjesdraad:
penǝkǝsdrø̄t (L355p Peer)
|
Twee- of driedraads gevlochten ijzerdraad van scherpe punten voorzien waarmee men een weide of een stuk grond afspant. [N M, 6b; N M, 6a; L 40, 73; JG 1b; L 32, 45 add.; Vld.; Gwn 16, 11; A 25, 4f; A 25, 8 add.; monogr.]
I-8
|
| 22356 |
priktol |
dop:
dop (L355p Peer),
doͅb (L355p Peer),
doͅp (L355p Peer),
zonder koord of touw DOP opwinden met n stuk koord
dop (L355p Peer)
|
/ [SND (2006)] || Gewone tol (die met een koord wordt geslingerd). [ZND 01u (1924)] || Hoe noemt men een dergelijk stuk speelgoed dat in bezeging wordt gebracht met behulp van een touwtje dat er omheen wordt gedraaid? [priktol] [Lk 03 (1953)] || Priktol (= werptol: door middel van een erom gewonden touw werpt men hem draaiend op de grond). [ZND 16 (1934)]
III-3-2
|
| 21515 |
proces-verbaal |
proces-van-baal:
gə kry(3)̄cht ə pərseͅs vanbāl (L355p Peer)
|
Proces-verbaal. [ZND 05 (1924)]
III-3-1
|
| 23243 |
processie |
processie (<lat.):
percessie (L355p Peer)
|
De processie [bronk, persessie, protsessioën]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23852 |
processie door het veld |
processie (<lat.) door de velden:
percessie door de vèl (L355p Peer)
|
Een processie door het veld, bedeweg, bidweg. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23854 |
processie van maria-hemelvaart |
maria-hemelvaartprocessie (<lat.):
mareija hemelvaartpercessie (L355p Peer)
|
De processie die op (zondag na) Maria Hemelvaart wordt gehouden. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23857 |
processiepaaltjes |
paaltjes:
peejelkes (L355p Peer),
processiepaaltjes:
percessiepeejelkes (L355p Peer)
|
De paaltjes die de route aangeven waarlangs de processie trekt [bronkpäöl]. [N 96C (1989)] || Processiepaaltjes in de grond slaan [pöälchere zetse]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23858 |
processiestrooisel |
strooisel:
strooisel (L355p Peer)
|
Strooisel bestaande uit bloemen, stukgesneden stengels en bladeren en stroopsel van varens waarmee de straten versierd worden [sjtreupsel]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|