| 18017 |
hoest |
hoest:
hoëst (L290p Panningen)
|
hoest [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18018 |
hoesten |
hoesten:
hooste (L290p Panningen),
hòòste (L290p Panningen),
kuchen:
kooche (L290p Panningen)
|
hoesten [keche, kechelen] [N 10a (1961)]
III-1-2
|
| 32937 |
hoeveelheid hooi die men opsteekt |
gaffel:
gǭfǝl (L290p Panningen)
|
De hoeveelheid hooi die de opsteker in één keer met z''n gaffel aangeeft aan de optasser. Zie voor het vocalisme van het woordtype riek de opmerking in de semantische toelichting bij het lemma ''houten schudgaffel'' en bij het lemma ''hooihark''.' [N 14, 118; A 34, 5a]
I-3
|
| 25414 |
hoeven verwijderen |
tenen afhakken:
tī.n āfhakǝ (L290p Panningen)
|
Eerst wordt de gehele poot verwijderd van het lijf en dan worden later de hoeven van de poot gekapt. Het kan zijn dat sommige antwoorden eerder duiden op het begrip "poot verwijderen" dan op "hoef verwijderen". [N 28, 46; monogr.]
II-1
|
| 18307 |
hoge herenschoen |
hoge schoen:
hôêg sjoon (L290p Panningen)
|
herenschoenen, hoge ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18258 |
hoge hoed |
hoge hoed:
hôêgen hood (L290p Panningen),
hoge tip:
hôêgen tiep (L290p Panningen)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20448 |
hoge hoed bij begrafenis |
hoge hoed:
hôêgen hood (L290p Panningen),
hoge tip:
cf. Schuermans s.v. "tip"z. tippenhoed; cf. s.v. "tippenhoed"z. tikkenhaan; cf. s.v. "tikkenhaan"benaming voor priestersteek
hôêgen tiep (L290p Panningen)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 32445 |
hoge klomp |
botje:
bøtjǝ (L290p Panningen),
hoge klomp:
huǝgǝ [klomp] (L290p Panningen)
|
Klomp met een hoge en lange, tot boven de wreef doorlopende kap. De klompopening sluit bij dit type klompen goed om de voet zodat er geen klompenriem nodig is. Zie ook afb. 259. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ. De kapklomp die in en rond Venray (L 210) bekend was, was een luxe hoge klomp die versierd was met koperen spijkers. Hij was volgens het Venrays woordenboek (pag. 227), ondanks de hoge kap toch van een leren band voorzien en werd op zondag gedragen.' [N 24, 70b; monogr.]
II-12
|
| 18376 |
hoge klomp? |
botje:
butje (L290p Panningen),
hoge klomp:
hôêge klómp (L290p Panningen)
|
klomp met hoge huif, hoge klomp, zonder riem gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18349 |
hoge waterdichte schoen |
vetleren schoen:
vĕĕtléére sjoon (L290p Panningen)
|
schoenen, hoge waterdichte ~ met waterkap [snöwschoen, tongschoen] [N 24 (1964)]
III-1-3
|