| 29091 |
op een steeltje zetten |
met een stijpje naaien:
met ǝ štipkǝ niǝnǝ (Q253p Montzen)
|
De knoop op een steeltje zetten. Men moet de knoop niet plat aannaaien, doch men dient een afstand tussen knoop en stof van ± 1/2 - 1 cm te houden. Hierdoor wringt de knoopt niet en wordt er ruimte voor de stofdikte opengelaten. [N 59, 136]
II-7
|
| 28716 |
op karwei gaan |
uitwerken:
ūtwęrǝkǝ (Q253p Montzen)
|
Het maken van kleding bij de klant aan huis. [N 59, 200]
II-7
|
| 23675 |
op retraite gaan |
op retraite (fr.) gaan:
op retrɛ̄t gue (Q253p Montzen)
|
In retraite gaan, in retraite zijn. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22368 |
op stelten lopen |
op stelten lopen:
de jonge loopen op steltze (Q253p Montzen),
de joŋə lópen op schtèltse (Q253p Montzen),
də joongə loopə op sjteltə (Q253p Montzen),
stelten:
schteltse (Q253p Montzen),
št(tm)ltsə (Q253p Montzen)
|
De jongens lopen op stelten (stok met voetplankje). [ZND 07 (1924)]
III-3-2
|
| 17897 |
opeenschuiven |
opeenschuiven:
opēsjy(3)̄və (Q253p Montzen)
|
Op elkaar schuiven (stroppen, schuiven) [N 108 (2001)]
III-1-2
|
| 28482 |
open broed |
open broed:
ǫǝpǝ brūt (Q253p Montzen)
|
Broed dat nog niet afgesloten of verzegeld is. De toekomstige bij zit dan nog in het stadium van ei en larf. [N 63, 25a; N 63, 20a; N 63, 22c]
II-6
|
| 23457 |
opening in een galmgat |
schallok:
et sjālòk (Q253p Montzen)
|
Elk van de openingen in zon venster [schal-laok,-loch?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 29033 |
openpersen |
platleggen:
platlɛ̄gǝ (Q253p Montzen)
|
De naden aan weerszijden platpersen of openpersen. [N 59, 186]
II-7
|
| 18163 |
opereren |
opereren:
opərērə (Q253p Montzen)
|
Opereren: een operatie verrichten (opereren, vlijmen, snijden). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 18524 |
opgezette zak |
opgesneden tas:
ən opgəsnĕdə [tɛ̄jš (Q253p Montzen)
|
een opgezette zak (opgezette zak of tes, stölpzak) [N 59 (1973)]
III-1-3
|