e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
offergang offergang: dɛr ofərgāŋk (Montzen) De offergang, rondgang van de gelovigen rond het offerblok [offergank?]. [N 96B (1989)] III-3-3
offergeld geldoffer: reeds gespendeerd  et gÚɛ̄ltòffer (Montzen), offergeld: nog te spenderen  et òffergɛ̄lt (Montzen) Het geld dat men in het offerblok stopt [offergeld?]. [N 96A (1989)] III-3-3
ogenblikje, korte tijd, eventjes amelang: amerijtje; Van Dale: zeer korte tijdsruimte, ogenblik; (eigenlijk zoveel tijd als nodig om een Ave Maria te bidden).  āmelâŋk (Montzen), momentje: məmentšjə (Montzen), ogenblikje: ps. letterlijk overgenomen.  ō:gəblekskə (Montzen) een ogenblikje [ZND 04 (1924)] || ogenblik [ZND m] III-4-4
oksaal oksaal: e schön oksāl met en nŏj örgel (Montzen), òGzāl (Montzen), ə sjön oksaal mit ən nöj ərəgəl (Montzen) Een schoon oksaal met een nieuw orgel. [ZND 05 (1924)] || Het oksaal, de galerij boven het kerkportaal, waar het orgel staat en het zangkoor zingt [oksaal oksaol, koor, zangerskoor, zangzolder?]. [N 96A (1989)] III-3-3
oksel onder de arm: ondər gənə ɛ̄rəm (Montzen) Oksel (oksel, onder de arm). [N 109 (2001)] III-1-1
olifant elefant (du.): Karte 109.  Elefant (Montzen) Elefant. III-3-2
omarmen armen erom slaan: erəm drøm sjlug (Montzen) Met gestrekte armen omvatten ((om)vademen, (om)spannen, omarmen, (om)pakken) [N 108 (2001)] III-1-2
omboeken het boord omslaan en lijmen: ǝt bǭǝt ø̜mšluǝ ęn līmǝ (Montzen) Het omvouwen en vastlijmen van de randen van het leerwerk. [N 60, 52] II-10
omboorden boorden: bø̜̄ǝdǝ (Montzen) Omboorden in het algemeen oftewel het insluiten van een rafelkant met een enkele of dubbele bies en in het bijzonder het met en lint afzetten van een colbert. [N 59, 86; N 62, 17; MW] II-7
omgang van de toren balkon (<fr.): der balkoŋ (Montzen), staket: et sjtaŋket (Montzen) De omgang, de trans van de toren. [N 96A (1989)] III-3-3