e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
nagel nagel: nagel (Montzen) nagel [ZND m] III-1-1
nagras, tweede hooioogst groe(n)maad: gromǝt (Montzen) De opbrengst van de tweede maal dat er gehooid wordt, doorgaans eind augustus; zie de algemene toelichting bij deze paragraaf (''nagras''). [N 14, 128b, JG 1a, 1b en 2b; A 4, 26a; A GV, 2Gr.; L B2, 345; L 5, 8; L 14, 15; Gwn 7, 10; Wi 58; S 25; monogr.] I-3
nascharren, naoogsten reken: rɛǝkǝ (Montzen) De akker naoogsten met een rijf of houten hark. De boer deed dit doorgaans zelf, in tegenstelling tot het aren lezen dat dan door anderen werd gedaan. Zie de toelichting bij het lemma ''aren lezen'' (5.2.4). [N 15, 38a; JG 1a, 1b; L 34, 40; monogr.; add. uit N 15, 35; N 18, 93] I-4
nat mou: (Montzen) Het bezinksel dat na het zeven in de zeef overblijft. [N 57, 23b] II-2
natmaken natmaken: natmaken (Montzen) Het natmaken van de zool om hem te kunnen likken. Zie ook het lemma likken. [N 60, 121a] II-10
natuurlijke waterloop baak/bach: bā.x (Montzen), beekje: bē̜.nskǝ (Montzen) Natuurlijke, smal stromende waterloop. [N 27, 25; N 27, 24; A 2, 48; A 10, 21; A 20, 1d; A 20, 1c; AGV, m1; L 24, 17; L 24, 27; L 33, 10; L 37, 15; R I, 23; S 33; monogr.] I-8
nauwelijks stekende bijen zachte bijen: (enk)  sātǝ bej (Montzen) Volk dat nauwelijks steekt. Het ene ras is zachtaardiger dan het andere. Dit kan een gevolg zijn van veredeling op zwermtraagheid en krachtig broeden. Deze twee factoren verminderen de lust tot steken. [N 63, 73e; Ge 37, 126; monogr.] II-6
nauwgezet; nauwgezet persoon scrupuleus: sjrĭĕpəléús (Montzen) Hij is op zijn punt - sekuur (a.gezegd v.e. persoon; b.v.e. werk) [RND] III-1-4
navel navel: nāvel (Montzen) Navel (Fr. nombril). [ZND 05 (1924)] III-1-1
neef cousin (fr./du.): cf. VD F-N s.v. "cousin, - ine"(neef, nicht; zoon, dochter van oom of tante)  couzin (Montzen), neef: nèèf (Montzen), nééf (Montzen), vetter (du.): cf. VD D-N s.v. "Vetter"(neef; zoon van oom of tante)  fèter (Montzen) neef [ZND 11 (1925)] III-2-2