e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
naaldenkoker naaldenbuisje: nø̜ldǝbø̄skǝ (Montzen) Langwerpige koker voor het bewaren van spelden en naalden. Deze koker kan van hout zijn en kan wat krijtpoeder bevatten. Volgens de informant van L 416 worden naalden zo bewaard om naaldenroest tegen te gaan. De informant van Q 111* vermeldt dat men daar talkpoeder gebruikt in plaats van krijtpoeder. [N 59, 13b; N 62, 70; Gi 1.IV, 63; monogr.] II-7
naaldhak naald: nø̜lt (Montzen) De hoge en puntige hak bij damesschoenen. [N 60, 126d] II-10
naampatroon schutspatroon: sjøtspatruən (Montzen) Een naampatroon, de heilige naar wie men is genoemd [namenspatroeën]. [N 96C (1989)] III-3-3
naar de mis gaan de mis horen: də mēs hy(3)̄rə (Montzen) De mis bijwonen, de mis horen [mès huëre, mès bèèje?]. [N 96B (1989)] III-3-3
naar links haar: hār (Montzen) Voermansroep om het paard naar links te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95 c, 95d en 96; L 1 a-m; L B 2, 255; L 26, 2; L 36, 81c; S 12; monogr.] I-10
naar rechts hot: hot (Montzen) Voermansroep om het paard naar rechts te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95a en 96; L 1 a-m; L B 2, 256; L 26, 2; L 36, 81d; S 12; monogr.] I-10
naaste nchste (du.): diŋə / üürə nɛɛkstə (Montzen) Je/uw naaste, evennaaste, evenmens [naoste, nôste, èèvemins]. [N 96D (1989)] III-3-3
nabidden nabeden: nōbɛ̄nə (Montzen) Nabidden, d.w.z. antwoorden bij het bidden, de tweede helft van een gebed bidden. [N 96B (1989)] III-3-3
nachtegaal nachtegaal: nâtegal (Montzen) nachtegaal [ZND 05 (1924)] III-4-1
nachtmis hoofdnachtmis: hōfnatsmēs (Montzen) De mis die snachts wordt gedaan, nachtmis. [N 96C (1989)] III-3-3