e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
mouwomslag, manchet manchet: manžęt (Montzen) Verlengstuk aan het einde van een mouw; vaak afzonderlijk, en dan al of niet aan de mouw vastgemaakt. [N 62, 34d; N 59, 134; MW] II-7
mouwsplitje split: šplet (Montzen) Het splitje onder aan de mouw van het colbert. [N 59, 131a] II-7
mouwvoering aannaaien mouw inzetten: mow ē̜zetǝ (Montzen) De voering van de mouw aan het armsgat hechten. [N 59, 127] II-7
muis muis: müs (mv.) (Montzen), NOL, muv Q 199 en 200  my(3)̄:s (mv.) (Montzen) muis III-4-2
muizen muizen: mūze (Montzen) de katten muizen [ZND 01 (1922)] III-2-1
mussebek mussebek: møjšǝbęk (Montzen) Bepaald soort spijker die slijtage van de hak moet tegen gaan. Volgens de informant van Q 253 is de mussebek een vierkante, korte, dikke spijker zonder kop, enigszins in de vorm van een omgekeerde pyramide met twee mm basiszijkant en acht tot tien mm hoog. [N 60, 201d1; N 60, 201d2; N 60, 201d3] II-10
muts: algemeen kalot (<fr.): kəlot (Montzen), kap: kap (Montzen), muts: møtš (Montzen) pet, muts, klak [RND] III-1-3
muur muur: mū.r (Montzen), mūr (Montzen) Uit diverse materialen, bijvoorbeeld baksteen of beton, opgetrokken bouwwerk ter afscheiding of ter ondersteuning. In dit en de volgende lemmata wordt onder een 'muur' vooral een uit bakstenen samengestelde afscheiding verstaan. Het woord 'wand' wordt in het onderzoeksgebied meestal gebruikt voor een uit verticale en horizontale balken samengestelde muur die vervolgens met vlechtwerk of metselwerk wordt opgevuld. Zie ook de paragraaf over het vak- en vlechtwerk. Worden in een gebouw een of meer kelders aangebracht, dan worden de muren die de kelder omsluiten geheel van harde metselsteen en waterdichte mortel opgetrokken. Een muur die boven de grond wordt opgemetseld, noemt men een 'opgaande muur'. Bij de muren van gebouwen onderscheidt men buiten- en binnenmuren en de voor-, zij- en achtergevel, de muren die respectievelijk de voorzijde, de zijkant en de achterzijde van het bouwwerk vormen. [N 31, 32a; S 25; L 1 a-m; L 6, 41b; L 12, 5; monogr.; Vld] II-9
muurbloem muurkruid: -  muurkruid (Montzen) muurbloem III-4-3
muziek muziek: müzik (Montzen) Muziek. [ZND m] III-3-2