e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
mannelijk schaap bok: bo.k (Montzen), bok (Montzen), schaapsbok: sxǫpsbǫk (Montzen), weer: węi̯ǝr (Montzen) Het mannelijk schaap in het algemeen. Varianten van het woordtype hamel die voor "mannelijk schaap" zijn opgegeven, zijn naar het lemma ''gesneden mannelijk schaap'' (2.2.5) overgeheveld. [L 5, 30b; L 20, 22a; L 39, 44; L 6, 25; L B2, 319; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 2, 46; A 4, 22a; Wi 12; AGV, m 3; R 3, 34; VLD; S, Q 105 add.; monogr.] I-12
mannelijke eend eendvogel: entvōgəl (Montzen), èntf‧ōgəl (Montzen) woerd, mannetjeseend [ZND 01 (1922)] III-4-1
mannelijke eend, woerd eendvogel: ɛn.tfā:gəl (Montzen) woerd: mannelijke eend. Hoe roept men eenden? [GV K (1935)] III-4-1
mannelijke geit bok: bo.k (Montzen) [N 70, 8; N 77, 78; N 77, 80; A 9, 19; L 32, 82; Wi 11; RND 89; JG 1a, 1b, 2c; Vld.; monogr.] I-12
mannelijke hond, reu rède (d.): retsje (Montzen), reͅtsə (Montzen) hond [ZND 01 (1922)] || reu [ZND m] III-2-1
mannelijke kalkoen schroethaan: šrūthān (Montzen) [A 6, 3a; S 16; L 1, 113; R 14, 3; monogr.] I-12
mannelijke pauw pauwhaan: pōhān (Montzen) I-12
mannenkant evangeliumzijde: de evanŋyēliomzij (<du.) (Montzen) De linkerhelft van de kerk, het gedeelte links van het middenpad, dat bestemd was voor de mannen [evangeliekant, mannenkant, mansluikant, kerelskant?]. [N 96A (1989)] III-3-3
mansleest leest voor mansschoenen: lę̄s vø̜r mansšōn (Montzen) De leest voor mannenschoenen. Het betreft de maten 39 tot en met 50. [N 60, 186d] II-10
manswerk mansschoenen: mansšōn (Montzen) Schoenwerk voor heren in grote maten, de maten 40 t/m 47. [N 60, 205a] II-10