e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
liksel lisse: līs (Montzen) De afgeschaafde kant van de schoen die men met een polijstinstrument gladwrijft. [N 60, 139] II-10
linde linde: liŋ (Montzen) lindeboom [ZND m] III-4-3
linkerleest linkse leest: leŋksǝ lę̄s (Montzen) De kromme leest waarop men een linkerschoen kan vervaardigen. [N 60, 185c] II-10
linnen, linnengoed lijnen: liŋǝ (Montzen) Weefsel uit vlas- of hennepgaren vervaardigd. Lijnwaad. [N 62, 77; N 59, 201; N 62, 75f; L 1a-m; L 30, 30a; L 30, 30b; L B1, 95; MW; Wi 18 en 55; S 22; monogr.] II-7
lip lip: li.p (Montzen), lip (Montzen) lip [RND], [ZND m] III-1-1
litanie van de rozenkrans moeder godslitanie (<lat.): də modərgotsletənej (Montzen) De litanie van O.L. Vrouw, het slot van het Rozenhoedje [littenïj, lietenïj, lieteniej, lietenej?]. [N 96B (1989)] III-3-3
litteken lijnteken: lientéken (Montzen), lī.nte͂.kə (Montzen), lî.nte͂.kə (Montzen) litteken [ZND 01u (1924)], [ZND m] III-1-2
liturgisch vaatwerk gewijde gefsse (du.): de gewijde gefɛ̄se (Montzen) De heilige vaten, het liturgisch vaatwerk [kelken, cibories, monstrans]. [N 96A (1989)] III-3-3
liturgische gewaden kerkkleren: de kereklejer (Montzen) De paramenten, de liturgische gewaden. [N 96A (1989)] III-3-3
loeren bespioneren: bəṣpionērə (Montzen) Loeren (lonken, loensen). [N 109 (2001)] III-1-1