e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
leren leren: dou has hyi ət mīstə gəliət eͅn bes brāøi}f gəweͅst, do døͅas vr"gər hēvəš guə es də andər (Montzen), dōē has huuj ət mitstə gəliējət èn dōē bis braaf gəwèst, dōē köns vrögər no heejm goowə īēs də and (Montzen), dô has hüj et mêste gelīēd èn bĕz brāf chewĕst, döas frö:ger hé:ves chûe ĕs te ander (Montzen), dôn has hüj et mĕtste gliët en dôw bĕs brāf hewèst, dôw kôs frö:ger nŏ hêm gûën ĕs te ander (Montzen), li‧ə.rə (Montzen) Gij hebt vandaag het meeste geleerd en ge zijt braaf geweest, gij moogt vroeger naar huis gaan als de andere. Gij: deze ganse zin staat in de tweede pers. enkelv. [ZND 04 (1924)] || leeren [ZND m] III-3-1
leunstoel grote stoel: gruətə stol (Montzen, ... ), pruttel: prøͅtəl (Montzen, ... ), sessel (d.): zeͅsəl (Montzen, ... ) een leuningstoel [ZND 30 (1939)] || leuningstoel [ZND 01 (1922)] III-2-1
levend vlees onder de huid ruw vlees: ryə vlējṣ (Montzen) Levend vlees onder de huid (het leven, ruw vlees, bloedvlees). [N 109 (2001)] III-1-1
leverworst leverworst: lēͅ:vərwo.əš (Montzen), lééverwóósj (Montzen) leverworst [N 06 (1960)], [ZND 21 (1936)] III-2-3
lezen lezen: lēͅ:zə (Montzen) lezen [ZND m] III-3-1
lichaamskracht macht: māt (Montzen) Lichaamskracht (macht, fors). [N 109 (2001)] III-1-2
lied, liedje lied: liet (Montzen), liedje: li.ətsjə (Montzen) Lied. [ZND m] || liedje [RND] III-3-2
liegen liegen: lē:gə (Montzen), lī:gə (Montzen, ... ), līge (Montzen, ... ), līÚ:gə (Montzen) liegen [ZND 25 (1937)], [ZND m], [ZND m] III-3-1
lieveheersbeestje moedergodssterretje: ook in ZND 16, 006  mŏdərgötstĕreke (Montzen), oligsdiertje: ook in ZND 16, 006  oolèchsdirəkə (Montzen) lieveheersbeestje [ZND 05 (1924)] III-4-2
liggen liggen: li.jə (Montzen) liggen [ZND 25 (1937)] III-1-2