e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
laden laden: lānǝ (Montzen) De kar laden. Vergelijk ook WLD I, afl. 4, p. 84 ev [JG 1a, 1b; L 37, 14; Wi 33, 39; add. bij N 18] I-10
lage herenschoen, molière halve schoen: dər gərejdə hōvə šōn (Montzen), dər hōvə šōn met ənə rēm (Montzen) Hoe noemt u in het algemeen een lage herenschoen met vetersluiting (moliäre?) [N 60 (1973)] III-1-3
lam lam: lâ.m (Montzen), lā.m (Montzen), schaapje: šøpkǝ (Montzen) Jong van het schaap in het algemeen. Zie afbeelding 5. [N 70, 3; R 3, 36; S 20; Wi 5; Wi 12; L 20, 22c; L 6, 25; L 1a-m; JG 1a, 1b; AGV, m 3; A 2, 45; A 2, 1; A 4, 22c; Vld.; monogr.] || lam (kreupel) [ZND m] I-12, III-1-2
lambert lambert: lãbę̄r (Montzen) Schoenmakersspijker. Volgens de informant van Q 253 is een lambert een gewone spijker met kleine, hoge kop, ter lengte van 12 tot 22 mm. [N 60, 200a; N 60, 235; N 60, 235b; N 60, 101] II-10
lampenpit wiek: w‧ēk (Montzen, ... ) De lampepit (ook wiek geheeten; Fr. mèche) [ZND 17 (1935)] || lampepit [ZND 01 (1922)] III-2-1
lancet bistouri (<fr.): bisturi (Montzen) Lancet: plat mesje met fijne punt en zeer scherpe snede, in de chirurgie gebruikt (vlim, lancet, scherp mesje). [N 107 (2001)] III-1-2
land land: laint (Montzen), lâ.nt (Montzen, ... ) land [ZND 29 (1938)], [ZND m] III-3-1
lange broek lange boks: laŋ boks (Montzen), lange bots: laŋ bots (Montzen), lange broek: laŋ brōk (Montzen) een lange broek [N 59 (1973)] III-1-3
lange neus lange neus: laŋ nās (Montzen) neus, Een lange ~ (fokker, domphoren, vonk, koker, kuit, gevel). [N 106 (2001)] III-1-1
lange smalle broekzak maattas: mōͅttɛ̄sjs (Montzen) lange smalle zak op broekspijp (voor mes, duimstok etc.) [N 59 (1973)] III-1-3