| 18215 |
laars (alg.) |
stevel:
števəl (Q253p Montzen)
|
Het schoeisel dat gedeeltelijk ook het been boven de enkel bedekt? (laars?) [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 30971 |
laarzebeen |
vorm:
fǫrǝm (Q253p Montzen)
|
De houten vorm, in de vorm van een been of voet, waarop laarzen en bottines uitgespannen worden. Zie afb. 33. [N 60, 68a; N 60, 69b]
II-10
|
| 18374 |
laarzenschacht |
schacht:
Het bovenwerk zonder neus noch bijkomende stukken.
šɛxt (Q253p Montzen)
|
Kent u het woord schacht (of schaft), wat betekent het, hoe spreekt u het uit? [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 30915 |
laarzeschacht |
been:
bę̄n (Q253p Montzen)
|
Het gedeelte van de laars dat het been boven de voet omsluit. Volgens de informant van L 163a is een kamas een losse schacht op schoen of klomp. [N 60, 15b]
II-10
|
| 30972 |
laarzespie |
kijl:
kīl (Q253p Montzen)
|
De spie die men slaat tussen de twee delen van een laarzebeen om dit te doen spannen. [N 60, 68b]
II-10
|
| 23658 |
laatste evangelie |
t letste evangjillióm?].:
ət letstə evaŋgēlium (Q253p Montzen)
|
Het laatste evangelie, het beginmstuk van het evangelie volgens Johannes, dat gelezen werd na de zegen [t lèste evangillie [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23506 |
laatste mis |
laatste mis:
letstə mēs (Q253p Montzen)
|
De laatste, vaak korte mis op zondag, de laatste gelegenheid om de mis te horen [snapmèske, gawkletske?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23909 |
laatste oordeel |
laatste oordeel:
ət letstə ūrdēl (Q253p Montzen)
|
Het laatste oordeel. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 19668 |
lade |
schot:
šōt (Q253p Montzen),
šoͅt (Q253p Montzen),
tafelschot:
tofəlšot (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
een tafellade (Noordnederl. \'tafella\') [ZND 03 (1923)] || schuiflade [ZND m]
III-2-1
|
| 28866 |
lade in de kleermakerstafel |
schot:
šǫt (Q253p Montzen)
|
De lade in de kleermakerstafel, waarin men opbergt wat nog niet wordt behandeld. Volgens de informant van Q 198 was er geen lade in de tafel. [N 59, 1b]
II-7
|