e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
krabben kratsen: zəx kratsə (Montzen) Zijn hoofd krabben tegen de jeuk (dabben, kretsen, kratsen). [N 109 (2001)] III-1-2
kragenblok kraagshout: krāxshōt (Montzen) Voor het strijken van de kraag gebruikt men het kragenblok. Het kragenblok dient ook voor het inpersen van borststukken, het gladmaken van korte vlakten en het platpersen van kleine naden (Gerritse, pag. 34). De informant van L 417 zegt de kragen op de tafel te strijken. De informant van Q 83 vermeldt dat het heel lang geleden is dat hij een kragenblok heeft zien gebruiken. Er bestaan alleen houten kragenblokken. Zie ook het lemma ɛpersplankɛ.' [N 59, 19e] II-7
kralen van de rozenkrans koonder: də koəndər (Montzen) De kralen van de rozenkrans [de kralle, krelkes, kraole, kräölkes?]. [N 96B (1989)] III-3-3
kramer kramer: kri.ə.mər (Montzen) kramer [ZND m] III-3-1
krant gazet (<fr.): ga.ze‧t (Montzen) krant [ZND 17 (1935)] III-3-1
krassen kwaken: kwāke (Montzen) krassen [ZND 01 (1922)] III-4-4
kreeft krebs (du.): ook in ZND 28, 048  krēps (Montzen) kreeft [ZND 01 (1922)] III-2-3
krekel krekel: kriekel (Montzen) krekel [ZND 01 (1922)] III-4-2
krentenbaard zweren: Wordt omschreven.  ẓwɛ̄rə opən lepə ɛn opən ken (Montzen) Uitslag, zweertjes op de lippen en de kin (krentenbaard, baardziekte). [N 107 (2001)] III-1-2
krijgen krijgen: kri.i.ə (Montzen) krijgen [ZND m] III-3-1