e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
koude noordenwind, bijs bijs: bīs (Montzen, ... ), fr. bise  bīs (Montzen) bies, koude wind || noordenwind [ZND m] III-4-4
koudvuur ganggreen: ga͂grɛ̄n (Montzen), vuur: vy(3)̄r (Montzen) Koudvuur: versterf van weefsel of lichaamsdelen door afsluiting van de bloedtoevoer; gangreen (vuur). [N 107 (2001)] III-1-2
kous: algemeen hoos: hōͅ:s (Montzen, ... ) kous [ZND m] || kous (bedekt de voet en het been tot vlak onder of tot boven de knie) [ZND 16 (1934)] III-1-3
kousenband hoosbindel: hosbengele (Montzen), hòòsbingel (Montzen) kousenband [N 07 (1961)], [ZND 01u (1924)] III-1-3
kouwe drukte beslag: beslach (Montzen) veel beslag, ophef maken over een zaak [ZND 32 (1939)] III-1-4
kraagmantel carrick (fr.): karik (Montzen), pelerine (<fr.): pĕlərin (Montzen) een ouderwetse kraagmantel (pellerine?) [N 59 (1973)] || mantel (enkelvoud - meervoud) [ZND m] III-1-3
kraagpunt spits: (mv)  špetsǝ (Montzen) Het spits toelopende uiterste deel van de legger van de kraag aan de schouderzijden, haaks op de revers. [N 59, 122b] II-7
kraakbeen knoers/knors: knosch (Montzen), knoͅ.š (Montzen), knòs (Montzen) kraakbeen [ZND m] || kraakbeen (zacht been; Fr. cartillage) [ZND 01u (1924)] III-1-1
kraaltjes parels: piələ (Montzen), jonger  pɛrlə (Montzen), pareltjes: pareltjes  pialsjərə (Montzen) kraaltjes [RND] III-3-2
kraanvogel kroenekraan: kroenekrane (Montzen), krunekraan (Montzen), kruənəkrā:nə (Montzen), kru‧ə.nəkrā:nə (Montzen) kraanvogel [ZND 01 (1922)], [ZND 17 (1935)] III-4-1