| 20617 |
korst |
korst:
verzamelfiche, ook materiaal van ZND 01 (a-m vraag 23 a en b zijn samengevoegd.
kowəsj (Q253p Montzen),
kòâscht (Q253p Montzen)
|
eerste (verse) en laatste (oudbakken) korst van het brood [ZND 02 (1923)]
III-2-3
|
| 28978 |
kort stikken |
op gen boord naaien:
op ǝ bǭǝt niǝnǝ (Q253p Montzen)
|
Smal ten opzichte van de kant stikken. [N 59, 56]
II-7
|
| 18013 |
kortademig |
dempetig:
dêmpetex (Q253p Montzen)
|
dempig [ZND m]
III-1-2
|
| 18287 |
korte broek |
korte boks:
køətə boks (Q253p Montzen)
|
een korte broek [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18562 |
korte overjas |
joppe (du.):
een overjas die niet of weinig langer is dan een gewone jas vgl. Van Dale (DN): Joppe, jekker, jopper - jasje.
joͅb (Q253p Montzen)
|
korte overjas (hoe zag deze eruit, van welke stof was deze gemaakt) [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 31028 |
korte steek |
korte steek:
ketǝ štiǝk (Q253p Montzen)
|
Steek die men gebruikt bij open kant. Zie afb. 49. [N 60, 111b]
II-10
|
| 23274 |
koster |
koster:
k"stər (Q253p Montzen),
kø:stər (Q253p Montzen)
|
De koster [köster, kuster, keuster?]. [N 96B (1989)] || koster [RND]
III-3-3
|
| 31070 |
koud aftrekken |
koud insmeren:
kǭt ę̄šmę̄rǝ (Q253p Montzen)
|
Aanbrengen van de was met behulp van een koud, houten polijstinstrument. [N 60, 134d]
II-10
|
| 28619 |
koud zetten |
koud zetten:
kǭt zetǝ (Q253p Montzen)
|
Een volk dat te groot is, zet men op een plaats waar eerst geen korf stond. Hierdoor wil men het laten afvliegen, d.w.z. de vliegbijen laten weggaan. [N 63, 94a]
II-6
|
| 25168 |
koud, mistig en somber weer |
beneveld:
benévelt (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
nevelig [ZND m]
III-4-4
|