e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
korst korst: verzamelfiche, ook materiaal van ZND 01 (a-m vraag 23 a en b zijn samengevoegd.  kowəsj (Montzen), kòâscht (Montzen) eerste (verse) en laatste (oudbakken) korst van het brood [ZND 02 (1923)] III-2-3
kort stikken op gen boord naaien: op ǝ bǭǝt niǝnǝ (Montzen) Smal ten opzichte van de kant stikken. [N 59, 56] II-7
kortademig dempetig: dêmpetex (Montzen) dempig [ZND m] III-1-2
korte broek korte boks: køətə boks (Montzen) een korte broek [N 59 (1973)] III-1-3
korte overjas joppe (du.): een overjas die niet of weinig langer is dan een gewone jas vgl. Van Dale (DN): Joppe, jekker, jopper - jasje.  joͅb (Montzen) korte overjas (hoe zag deze eruit, van welke stof was deze gemaakt) [N 59 (1973)] III-1-3
korte steek korte steek: ketǝ štiǝk (Montzen) Steek die men gebruikt bij open kant. Zie afb. 49. [N 60, 111b] II-10
koster koster: k"stər (Montzen), kø:stər (Montzen) De koster [köster, kuster, keuster?]. [N 96B (1989)] || koster [RND] III-3-3
koud aftrekken koud insmeren: kǭt ę̄šmę̄rǝ (Montzen) Aanbrengen van de was met behulp van een koud, houten polijstinstrument. [N 60, 134d] II-10
koud zetten koud zetten: kǭt zetǝ (Montzen) Een volk dat te groot is, zet men op een plaats waar eerst geen korf stond. Hierdoor wil men het laten afvliegen, d.w.z. de vliegbijen laten weggaan. [N 63, 94a] II-6
koud, mistig en somber weer beneveld: benévelt (Montzen, ... ) nevelig [ZND m] III-4-4