e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
koordje i.p.v. knoopsgat litsje: de o van vor met ø  ə lĕtškə vør dər knōp (Montzen) een koordje i.p.v. een knoopsgat [N 59 (1973)] III-1-3
koorgestoelte stallen: de stale (Montzen) Het koorgestoelte: het geheel van zitplaatsen op/in het koor, meestal bestaande uit oplopende banken, bestemd voor monniken of kanunniken. [N 96A (1989)] III-3-3
koorhemd superplie: syrpli (Montzen) Het korte witte kleed dat de priester over zijn toog draagt [rochet, superplie, koorhemd?]. [N 96B (1989)] III-3-3
koorkap koormantel: dər kuərmantel (Montzen) De koorkap [koeërmangtel?]. [N 96B (1989)] III-3-3
koorstoel stal: de stal (Montzen) Een koorstal of koorstoel: zetel of zitplaats in een koorbank van het koorge-stoelte. [N 96A (1989)] III-3-3
koorts fieber (du.): fi.əbər (Montzen), fīēber (Montzen) koorts [RND], [ZND m] III-1-2
koorzanger zanger: zeŋər (Montzen) Een koorzanger, lid van het zangkoor [zenger, koeërzenger?]. [N 96B (1989)] III-3-3
koperen zeef zij: zęj (Montzen) Koperen zeef waar men het sap door zeeft. [N 57, 20a] II-2
kopieerwieltje tekenrad: tēkǝnrat (Montzen), tekenradje: tēkǝnrętšǝ (Montzen) Een scherp getand wieltje aan een handvat om patronen uit te raderen. Zie afb. 5. [N 59, 4] II-7
kopje jatte (fr.): zjat (Montzen), kopje: kø&#x0304pkə (Montzen), tas: tas (Montzen) kopje, tas [ZND 28 (1938)] III-2-1