| 19515 |
koffiepot |
cafè-meut:
kafəmø͂ͅt (Q253p Montzen)
|
koffiekan [ZND m]
III-2-1
|
| 20787 |
koken (intr.) |
koken:
kaowchə (Q253p Montzen),
kōͅ.xə (Q253p Montzen)
|
koken [RND], [ZND 04 (1924)]
III-2-3
|
| 19636 |
kolengruis |
gris:
grés (Q253p Montzen)
|
gruis van kolen [ZND 35 (1941)]
III-2-1
|
| 19615 |
kom |
crameè (wa.):
kramö (Q253p Montzen),
DL (I), 177, terrine, vase en terre ou l\'on met le lait pour qu\'il crème
kramö (Q253p Montzen),
komp:
komp (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
een kom, twee kommen (rond en diep) [ZND 01 (1922)], [ZND 28 (1938)]
III-2-1
|
| 17813 |
komen |
komen:
kaomə (Q253p Montzen),
kōͅ:mə (Q253p Montzen)
|
komen [RND], [ZND m]
III-1-2
|
| 33606 |
komkommer |
cornichon (fr.):
cornichon (Q253p Montzen)
|
[ZND 41 (1943)]
I-7
|
| 20005 |
konijn |
konijn:
ook ondergebracht mat. van ZND01, u-130
knien (Q253p Montzen)
|
konijn [ZND 01 (1922)]
III-2-1
|
| 21266 |
koning |
koning:
køneŋ (Q253p Montzen),
kø‧n.əŋ (Q253p Montzen)
|
koning [RND], [ZND m]
III-3-1
|
| 28400 |
koningin |
koningin:
kønǝgen (Q253p Montzen)
|
Het enige volmaakt vrouwelijke dier in een bijenkolonie. Geslachtelijk is de koningin gelijk aan de werkbij, maar in het larvestadium is de aanstaande koningin gevoed met hoogwaardige voedingsstoffen, de koninginnegelei, en de werkbij niet. In ieder volk is slechts één koningin aanwezig. Haar enige taak bestaat in het leggen van eieren. Zij kan bevruchte of onbevruchte eieren leggen. Uit de bevruchte eieren ontstaan werkbijen of eventueel koninginnen, uit de onbevruchte komen de darren. Een koningin kan een leeftijd van vier à vijf jaar bereiken. Is zij niet meer in staat eieren te leggen en daardoor nutteloos geworden voor de kolonie, dan wordt de oude koningin vervangen door een nieuwe. [N 63, 12d; S 3, L 1a-m; JG 1a + 1b; JG 2b-5, 12; R 3, 42; Ge 37, 37; A 9, 3; monogr.]
II-6
|
| 23714 |
koningin des hemels |
regina caeli:
ət rezjinaschēli (Q253p Montzen)
|
Het "Koningin des hemels"of "Regina caeli", het Angelus-gebed in de Paastijd. [N 96B (1989)]
III-3-3
|