| 30935 |
knopjes |
knopen:
(enk)
knōp (Q253p Montzen)
|
De knopjes waarmee men bepaalde bottines kan dichtknopen. [N 60, 32]
II-10
|
| 18447 |
knopjes [wld ii.10, p. 28] |
knopen:
Mv. kneup.
knōp (Q253p Montzen)
|
De knoopjes waarmee men bepaalde bottines kon dichtknopen? [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 17880 |
knuppel, knots |
kluppel:
kleə.pəl (Q253p Montzen),
knuppel:
knøpəl (Q253p Montzen),
prang:
praŋ (Q253p Montzen),
stok:
ṣtɛk (Q253p Montzen)
|
knuppel [RND], [ZND m]
III-1-2
|
| 34058 |
koe |
koe:
kø̄ (Q253p Montzen),
kø̜i̯ǝ (Q253p Montzen),
kō (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
kū (Q253p Montzen)
|
Volwassen vrouwelijk rund, in de regel een rund dat één of meerdere keren gekalfd heeft. Zie afbeelding 5. Op de kaart is het woordtype koe niet opgenomen. [JG 1a, 1b; A 3, 37; A 4, 11; Gwn V, 2a; L 1a-m; L 4, 37; L 5, 27b; L 7, 61b; L 14, 26 en 88; L 20, 11; L 27, 5 en 57; L 29, 44; L 38, 44; L 40, 21b; L 44, 16, 21a en 39; R 12, 29; R (s]
I-11
|
| 34183 |
koe die pas gekalfd heeft |
vaars:
vē̜ǝs (Q253p Montzen)
|
Voor een aantal varianten van vaars zou men kunnen denken aan een woord vers. Het wnt (xx-1, blz. 2125) vermeldt ''vers'' in de betekenis van "jonge koe van ongeveer twee jaar die nog geen kalf heeft gehad of voor de eerste maal kalft" (wnt xviii, blz. 72). Het onderscheid tussen vers- en vaarsvarianten is niet altijd even duidelijk. Daarom is er gekozen voor één woordtype vaars.' [A 4, 16; L 20, 16]
I-11
|
| 24188 |
koekoek |
koekoek:
kukuk (Q253p Montzen)
|
koekoek [ZND m]
III-4-1
|
| 25919 |
koelkuip |
koelketel:
kø̄lkɛǝtǝl (Q253p Montzen)
|
De kuip waarin de warme stroop afgekoeld wordt. In Q 249 had men een speciale, koperen koelbak, terwijl de respondent uit L 387 daarvoor een wasketel gebruikte. Volgens de invuller uit L 295 deed men vroeger de stroop meteen in de potten en ging men pas later gebruik maken van een koelbak. [N 57, 32a]
II-2
|
| 25920 |
koeltafel |
plank:
plaŋk (Q253p Montzen)
|
De tafel met opstaande randen die enigszins schuin staat en waarop stroop gekoeld wordt. [N 57, 32b]
II-2
|
| 34646 |
koets |
koets:
kuts (Q253p Montzen)
|
Vierwielig rijtuig met een vierkante gesloten kast voor een klein aantal personen. De kast hangt in riemen of rust op veren. De koetsier heeft een aparte bok. De koets is een van de meest bekende rijtuigen, vandaar dat "koets" ook vaak als algemene benaming voor het vierwielig rijtuig gebruikt wordt. [N 17, 5; N 101, 1-13; N G, 51; L 28, 24; L 36, 70; L A, 288; L 1a-m; S 18; Wi 18; Gi 3,IB; monogr]
I-13
|
| 20588 |
koffiedik |
caf-grond:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m
kaffegrund (Q253p Montzen)
|
koffiedik [ZND 01u (1924)]
III-2-3
|