e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
kletsen klatsen: klatse (Montzen), kletsen: klètse (Montzen) kletsen [ZND m] III-3-1
klierziekte sint-markoen: sènt Markûn (Montzen) koningszweer (kliergezwellen aan de hals, ook St-Marcoen geheten, Fr. scrofules) [ZND 05 (1924)] III-1-2
klieven scheiden: sjejə (Montzen) Vaneen scheiden (klieven, kloven, splijten, splitsen, (scheiden))\\ [N 108 (2001)] III-1-2
klinken de lap opnagelen: dǝr lap opnę̄gǝlǝ (Montzen), klinken: kliŋkø (Montzen) De loopzool met metalen spijkertjes aan het bovenwerk bevestigen. [N 60, 146a] || Klinken: een goed hoorbaar, luid of helder geluid voortbrengen (klinken, luiden, klabetteren, klawettern) [N 108 (2001)] II-10, III-1-1
klinknagel naai: nęj (Montzen) Rond metalen staafje waaraan een kop is geperst. Zie ook afb. 177. Klinknagels worden volgens de koperslager uit L 266 onder meer gebruikt om hengsels te bevestigen. Koperen klinknagels werden vroeger volgens de zegsman uit L 210 gedraaid uit koperen plaat en vervolgens door het klinknagelijzer (kleŋkngǝlīzǝr) geslagen waardoor er een kop op kwam. Zie ook het lemma "nagelijzer". [N 66, 48a-b; N 100, 18; monogr.] II-11
klinkspijkertjes semences: sǝmãs (Montzen) Diverse soorten spijkertjes waarmee men klinkt. Volgens de informant van L 163a zijn tacks vierkant en taps met een ronde, platte kop. Volgens de informant van Q 253 is semences de verzamelnaam voor gewone, ronde, ijzeren spijkertjes met platte kop en een lengte van 8 tot 14 mm. [N 60, 146b] II-10
klinkvoet nagelsvoet: nāgǝlsvōt (Montzen) IJzeren of stenen voet waarop men klinkt. [N 60, 147a] II-10
klit kleefpleister: klefplòster (Montzen), plakmadam: plakmadame (Montzen) klis [ZND 01 (1922)] III-4-3
klokhuis kits: keͅ.tš (Montzen), klokhuis: klòkes (Montzen) klokhuis (het binnenste van een appel) [ZND 17 (1935)] III-2-3
klokje op het priesterkoor gong: der goŋ (Montzen), schel: de sjɛl (Montzen) Het klokje, de grote bel of de gong op het priesterkoor, waarmee het begin en het einde van de dienst wordt aangegeven. [N 96A (1989)] III-3-3