| 18171 |
kledij, kleren |
kledage:
kléāṣ (Q253p Montzen),
kleren:
kle.i̯.ər (Q253p Montzen),
kleejer (Q253p Montzen)
|
Kleding. [Kent ge een verzamelwoord voor "de kleren"(kleerage, of een ander woord)] [ZND m] || Kleren. Ga eens en wees zo goed, en zeg aan uw zuster dat ze de kleren van uw moeder moet afnaaien en met de borstel afborstelen [ZND 04 (1924)]
III-1-3
|
| 19389 |
kleerhanger |
armpje:
ɛrǝmkǝ (Q253p Montzen)
|
Gebogen houtje of beugel met haak waarop men jas of mantel zonder kreuken kan ophangen. [N 59, 35; monogr.]
II-7
|
| 19677 |
kleerkast |
schap:
šāf (Q253p Montzen)
|
kleerkast [ZND 34 (1940)]
III-2-1
|
| 19631 |
kleerkist, kleerkoffer |
kast:
kāst (Q253p Montzen),
kist:
kēͅst (Q253p Montzen)
|
Een houten koffer om (kleeren in te bewaren). [ZND 28 (1938)]
III-2-1
|
| 28709 |
kleermaker |
snijder:
šnīdǝr (Q253p Montzen)
|
Algemene benaming voor persoon die kleren maakt. [N 59, 197a; L 1a-m; L 28, 2; S 18; monogr.]
II-7
|
| 28715 |
kleermakersbedrijf |
snijderij:
šnīdǝrǝ (Q253p Montzen),
snijdersatelier:
šnīdǝšatǝljē (Q253p Montzen)
|
Algemene benaming voor het kleermakersbedrijf. [N 59, 202b; monogr.]
II-7
|
| 28921 |
kleermakersborstel |
strijkborstel:
štrīkbø̜ǝštǝl (Q253p Montzen)
|
Borstel, meestal van paardenhaar, waarmee men bij het persen de wolvezels in de goede richting schuiert. In het algemeen borstelt men hiermee stof en kleren schoon. Zie afb. 20. [N 59, 32]
II-7
|
| 28872 |
kleermakerskrijt |
knijt:
knīt (Q253p Montzen)
|
Het kleermakerskrijt wordt gebruikt om patronen op de stof over te nemen. Deze krijtlijnen verwijdert men later weer. Het krijt is vier- of driehoekig van vorm (Gerritse, pag. 21) en voelt vettig aan (Papenhuyzen III, pag. 9). Men kan ook met behulp van een zogenaamde rokkenspuit een lijn trekken. Door verstuiven van krijtpoeder kan men hiermee een lijn op de rok trekken om een rechte zoom te krijgen op de juiste hoogte. Zie afb. 6 en 7. [N 59, 5; N 62, 66; monogr.]
II-7
|
| 28865 |
kleermakerstafel |
snijdersdis:
šnīdǝšdø̜jš (Q253p Montzen)
|
De tafel waarop of waaraan de kleermaker werkt. Deze tafel wordt gewoonlijk gemaakt van vurenhout. Dikwijls laat men op de tafel een triplex blad maken, omdat vurenhout wel eens splintert en men geen last wil hebben van naden trekken in het blad (Papenhuyzen III, pag. 6). [N 59, 1a]
II-7
|
| 28714 |
kleermakersvak |
snijdersvak:
šnīdǝšfax (Q253p Montzen)
|
De algemene benaming voor het vak van kleermaker. [N 59, 202a; monogr.]
II-7
|