e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
keelgat strot: ṣtroət (Montzen) Keelgat (keelkoet, keelluik, strot). [N 109 (2001)] III-1-1
keelpijn halspijn: ho:spiŋ (Montzen) keelpijn [RND] III-1-2
keeltjes, raapstelen steel: štēl (Montzen) Groente bestaande uit dunne stengels en zeer jong kort blad van de koolraap, die zeer dicht gezaaid zijn zodat er geen knolvorming kan plaatsvinden. Raapstelen worden vooral in stamppot verwerkt. [monogr.; add. uit N 7, 16] I-5
kegel kegel: kēyel (Montzen) Er zijn negen kegels. [ZND m] III-3-2
kegelen kegelen: ət wit ni:tmiə gəke.gəlt (Montzen), ətwitəntmiə gəke.gəlt (Montzen) met de kegels wordt er niet meer gespeeld [RND] III-3-2
kegels (mv.) kegelen: mit ke.gələ witənt miə gəsjpɛlt (Montzen) met de kegels wordt er niet meer gespeeld [RND] III-3-2
kelder kelder: keͅldər (Montzen) kelder [RND] III-2-1
kelk kelk: kɛləch (Montzen) De kelk, de misbeker [kelk, kelch, mèskelk?]. [N 96B (1989)] III-3-3
kelkdoekje kelkdoekje: ət kɛləchdøkskə (Montzen) Het kelkdoekje [kelkduukske, -deukske, kelchduchsje?]. [N 96B (1989)] III-3-3
kelklepeltje lepeltje: ət lɛəpəlsje (Montzen) Het kelklepeltje. [N 96B (1989)] III-3-3