| 25625 |
met afgebarsten korst, gezegd van brood |
opgebakken brood:
ǫpgǝbakǝ brūt (L317p Bocholt)
|
De oorspronkelijke vraagstelling in N 29, 70 luidde: "Hoe noemt u brood dat tussen korst en kruin is afgebarsten?" Het feit dat ''kruin kruim'' had moeten zijn, heeft de beantwoording niet noemenswaardig be√Ønvloed. Het lemma valt uiteen in verschilllende grammaticale categorieën.' [N 29, 70; N 29, 69a; monogr.]
II-1
|
| 33878 |
met de benen zwaaien en bewegen tijdens het werpen |
(ze maakt) arbeid:
ɛ̄rǝbet (L317p Bocholt)
|
[N 8, 53]
I-9
|
| 23632 |
met de collecteschaal rondgaan |
met de schaal rondgaan:
met de sjaal rondgoen (L317p Bocholt)
|
Collecteren met de open schaal, met de schaal rondgaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34453 |
met de horens stoten, gezegd van de bok |
stoten:
stutǝ (L317p Bocholt),
stūtǝ (L317p Bocholt)
|
[N 19, 75]
I-12
|
| 34625 |
met de kar achteruit rijden |
hup zetten:
høp ˲zē̜tǝ (L317p Bocholt),
huppen:
høpǝ (L317p Bocholt)
|
Voor de voermansroep om het paard achteruit te doen gaan, zie wld I.10 onder het lemma achteruit. [N 17, 95 + 99]
I-13
|
| 33178 |
met de kruk poten |
stampen:
stampǝ (L317p Bocholt)
|
[N 12, 12; monogr.]
I-5
|
| 17868 |
met de linkerhand |
met de linkse:
mèt de linkse (L317p Bocholt),
met de linkse hand:
met de linksche hand (L317p Bocholt),
mèt de linksche hand (L317p Bocholt),
met de linkse poot:
mèt de linkse poet (L317p Bocholt),
met de verkeerde poot:
mèt de verkierde poet (L317p Bocholt)
|
met de linkerhand [ZND 37 (1941)]
III-1-2
|
| 33863 |
met de poten dicht bijeen staan |
(te) eng staan:
ɛŋ stuǝn (L317p Bocholt)
|
[N 8, 78a en 78b]
I-9
|
| 33862 |
met de poten te ver uit elkaar staan |
(te) wijd staan:
wit stuǝn (L317p Bocholt)
|
[N 8, 78b]
I-9
|
| 33176 |
met de schop poten, kuiltjes maken |
poten:
[poten] (L317p Bocholt)
|
Het poten met de hand, in tegenstelling tot het poten met de ploeg, bestaat eigenlijk uit drie handelingen: (a) het graven van een kuiltje met de schop ofwel het steken van een gat in de grond met de kruk; (b) het gooien van een pootaardappel in dat kuiltje; en (c) het weer dichtmaken van het gat. In de vragenlijst zijn de handelingen (a) en (b) apart afgevraagd; maar soms hebben de zegslieden toch met één algemene term geantwoord. Deze algemene termen voor poten staan achter in het lemma bijeen; voor de fonetische documentatie daarvan zij verwezen naar het lemma Poten. [N 12, 14 en 15; monogr.]
I-5
|